Spaans leren

Het weer bespreken in het Spaans met je buren

· Door Henry van Es · ← Terug naar blog
Het weer bespreken in het Spaans met je buren

Bij mij in het dorp loopt iedereen elkaar tegen het lijf bij de brievenbus, op het pleintje, bij de bakker. En dan moet je iets zeggen. Niet een heel gesprek, gewoon iets. Het weer is daarvoor perfect. Het is onschuldig, iedereen heeft er een mening over, en je hoeft er niet voor na te denken.

Het probleem is dat je dan wel de woorden moet kennen. En die zijn net anders dan je verwacht.

Hace: het werkwoord dat het weer doet

In het Nederlands zeggen we "het is warm" of "het regent". In het Spaans werkt dat deels anders. Voor temperatuur en algemene weersomstandigheden gebruik je bijna altijd hace, de hij/zij/het-vorm van het werkwoord hacer (maken, doen).

Hace calor. Het is warm.

Hace frío. Het is koud.

Hace viento. Het waait.

Hace sol. De zon schijnt.

Hace buen tiempo. Het is mooi weer.

Hace mal tiempo. Het is slecht weer.

Die laatste twee zijn meteen bruikbaar als opener. Je loopt iemand tegen het lijf en zegt ¡Hace un calor! Wat een hitte! Dat uitroepteken is geen toeval: Spanjaarden zeggen dit met gevoel. En ze zullen je begrijpen, gegarandeerd.

Regen, zon en bewolking

Voor regen en een paar andere verschijnselen gebruik je een ander werkwoord: llover (regenen) en nevar (sneeuwen). Die gebruik je in de onpersoonlijke vorm, dus alleen in de hij/zij/het-persoon.

Llueve. Het regent.

Está lloviendo. Het is aan het regenen. (letterlijk: het is regnend)

Nieva en las montañas. Het sneeuwt in de bergen.

Voor bewolking en mist gebruik je estar:

Está nublado. Het is bewolkt.

Está despejado. Het is helder, onbewolkt.

Hay niebla. Er is mist.

Hay tormenta. Er is onweer.

Die laatste twee gebruiken hay, de onpersoonlijke vorm van haber. Dat is hetzelfde werkwoord dat je ook tegenkomt in de voltooide tijd, zoals uitgelegd in de aflevering over he comido en has estado. Hier betekent hay gewoon "er is" of "er zijn".

Hoe het gesprekje er echt uitziet

Een buurgesprek over het weer duurt zelden langer dan een minuut. Het gaat ruwweg zo:

¡Buf, qué calor hace hoy! Jeetje, wat is het vandaag heet!

Verlaten terras in de felle zomerhitte in een Spaans dorp.

Sí, para el mes que estamos... Ja, voor de tijd van het jaar...

¿Has visto el tiempo para mañana? Heb je het weer voor morgen gezien?

Dicen que va a llover. Ze zeggen dat het gaat regenen.

Ya era hora. Het werd tijd. (letterlijk: het was al tijd)

Die laatste zin is goud waard. Na een lange droge periode zegt iedereen ya era hora als het eindelijk regent. Je klinkt meteen als iemand die erbij hoort.

Nog een handig zinnetje: ¡Menos mal! Gelukkig maar! Dat kun je overal op plakken. Dicen que mañana refresca. ¡Menos mal! Ze zeggen dat het morgen afkoelt. Gelukkig maar!

Temperatuur bespreken

Spanjaarden praten graag over graden. Dan heb je deze zinnen nodig:

¿Cuántos grados hace? Hoeveel graden is het?

Hace cuarenta grados a la sombra. Het is veertig graden in de schaduw.

Anoche no bajó de veintiocho. Gisternacht daalde het niet onder de achtentwintig.

Die zin over de nacht is een klassieke klaagzin in de zomer op de costa. Als je hem uitspreekt, knikt iedereen mee.

Seizoenen en verwachtingen

Het weer in Spanje is ook een manier om over het seizoen te praten:

Para ser enero, no está mal. Voor januari is het niet slecht.

En febrero siempre hace algo de frío. In februari is het altijd een beetje koud.

Este verano está siendo muy seco. Deze zomer is erg droog.

Met para ser (voor iets wat het is) geef je aan dat het weer je verrast, positief of negatief. Dat is precies het soort nuance dat een gesprekje net iets echter maakt.

Gevoelstemperatuur en klagen

Klagen over het weer is een sport. In die sport zijn Spanjaarden goed, en je kunt meedoen:

No se puede estar fuera con este calor. Je kunt met deze hitte niet buiten zijn.

Me está matando este calor. Deze hitte vermoordt me. (overdrijving, maar heel normaal in gesprek)

Qué fresquito se está aquí. Wat heerlijk fris is het hier.

Die laatste zin zeg je als je vanuit de zon een schaduwplek instapt. Het verkleinwoord fresquito in plaats van fresco maakt het warmer en informeler. Hoe Spanjaarden begroeten en kleine praatjes openen heb ik eerder al uitgelegd, maar het weer is de makkelijkste brug naar zo'n gesprek.

Je hoeft het niet perfect te zeggen. Als je ¡Hace mucho calor! roept terwijl je zwetend voorbijloopt, lacht iedereen en weet iedereen wat je bedoelt. Dat is genoeg om te beginnen.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Mihai Vlasceanu via Pexels | Foto: Pablo Savigne via Pexels

Henry van Es Woont in La Drova (Valencia), Spanje. Schrijft over wat er verandert voor Nederlanders en Belgen hier — van belasting en zorg tot wonen en verblijfsrecht. Lees meer over de auteur →