Als je Spaans leert uit een boek, begin je met hola. Logisch. Maar als je bij mij in het dorp in de bakker staat en de eigenaar zegt buenas, ¿qué tal?, ¿todo bien? en nog iets wat je niet verstaat, dan kun je met hola alleen niet zo ver komen.
Ik heb een tijdje gedacht dat Spanjaarden gewoon snel praten en dat ik het vanzelf zou begrijpen. Dat klopte gedeeltelijk. Maar een deel van het probleem was dat ik simpelweg de woorden niet kende die ze gebruikten. Ze waren niet moeilijk. Ik had ze alleen nooit geleerd.
Buenas: het werkpaard van de Spaanse begroeting
Buenas is waarschijnlijk de begroeting die je in Spanje het vaakst hoort. Het is een afkorting van buenos días (goedemorgen), buenas tardes (goedemiddag) of buenas noches (goedenavond), maar die volledige versies zeggen mensen alleen als ze wat formeler doen. In het dagelijks leven zeggen ze gewoon buenas, op elk moment van de dag.
Je loopt een winkel binnen: buenas. Je passeert een buurman op straat: buenas. Je telefoneert met de gemeente: buenas tardes (want dat is net iets netter).
Leer buenas en gebruik het overal. Je klinkt meteen minder als een toerist.
¿Qué tal? en ¿cómo estás?
Na de begroeting volgt bijna altijd een korte vraag. De twee meest gebruikte zijn:
¿Qué tal? Hoe gaat het? ¿Cómo estás? Hoe gaat het met je?
Het verschil is klein. ¿Qué tal? is wat losser en sneller. ¿Cómo estás? is iets explicieter, maar ook heel gewoon. Beide verwachten geen uitgebreid antwoord. Net als in het Nederlands is dit een ritueel, geen echte vraag naar je toestand.
Gebruikelijke antwoorden:
Bien, gracias, ¿y tú? Goed, dank je, en jij? Todo bien, ¿y tú? Alles goed, en jij? Tirando Redelijk, gaat wel (letterlijk: 'sleep ik me voort') No me puedo quejar Ik kan niet klagen
Dat laatste klinkt in het Nederlands een beetje oud, maar in het Spaans is het heel gewoon en klinkt het gewoon vriendelijk.
Oye en oiga: even de aandacht vragen
Als je iemand wilt aanspreken die je nog niet kent, gebruik je oye (informeel) of oiga (formeel). Het betekent zoiets als 'hé' of 'zeg'.

Oye, ¿sabes dónde está la farmacia? Hé, weet jij waar de apotheek is? Oiga, perdone, ¿tiene hora? Pardon, weet u hoe laat het is?
Oye gebruik je tegen iemand van jouw leeftijd of jonger. Oiga gebruik je tegen een oudere of in een formele situatie. Dit is dezelfde grens als tussen tú en usted. Bij mij in het dorp gebruik ik oiga bijna altijd als ik iemand niet ken die wat ouder is. Het wordt gewaardeerd.
Mira en mire: kijk even
Verwant aan oye is mira (informeel) of mire (formeel). Het betekent letterlijk 'kijk', maar je gebruikt het ook om iemands aandacht te vestigen op wat je gaat zeggen.
Mira, es que no lo entiendo bien. Kijk, ik begrijp het eigenlijk niet zo goed. Mire, le explico. Kijk, ik leg het u uit.
Je hoort mira ook veel als iemand zijn verhaal onderstreept of zijn standpunt uitlegt. Het is geen agressief woord, gewoon een manier om te zeggen: let op wat ik nu zeg.
Venga: het meest veelzijdige woord van Spanje
Venga staat technisch gezien niet in de categorie 'begroeting', maar het zit in bijna elk gesprek verweven, ook bij het afscheid. Het betekent van alles, afhankelijk van de toon:
Venga, hasta luego. Goed, tot ziens. Venga, nos vemos. Oké, we zien elkaar. Venga, ya. Oké, oké (soms licht ongeduldig) Venga, va. Kom op, vooruit.
Als iemand tegen jou venga zegt bij het afscheid, zeg dan gewoon venga terug. Dat is het meest natuurlijke antwoord dat er is.
Hasta luego, hasta pronto en hasta ahora
Afscheid nemen gaat ook verder dan adiós. Die gebruik je wel, maar je hoort er ook veel:
Hasta luego Tot ziens (meest gebruikelijk) Hasta pronto Tot gauw Hasta ahora Tot zo (als je elkaar snel terugziet) Nos vemos We zien elkaar
Adiós klinkt soms definitiever, alsof je iemand lang niet meer gaat zien. In de winkel zegt bijna niemand adiós. Ze zeggen hasta luego, ook al zien ze je nooit meer.
Formeel of informeel: één ezelsbruggetje
Als je twijfelt of je tú of usted moet gebruiken, let dan op hoe de ander jou aanspreekt. Gebruikt hij of zij tú? Dan mag jij dat ook. Gebruikt hij of zij usted? Doe dan hetzelfde. In de meeste alledaagse situaties bij winkels, terrassen en op straat is tú prima, tenzij de persoon duidelijk ouder is of de situatie formeel is.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Elisa Giaccaglia via Pexels | Foto: Chris Luengas via Pexels