Spaans leren

He comido, has estado: de voltooide tijd met haber

· Door Henry van Es · ← Terug naar blog
He comido, has estado: de voltooide tijd met haber

De eerste keer dat iemand bij mij in het dorp tegen me zei ¿Has comido ya? begreep ik het wel, maar antwoorden deed ik stuntelig. Ik wist niet hoe ik die tijdsvorm moest bouwen. Dat is inmiddels anders, en in dit artikel leg ik precies uit hoe het werkt.

Wat is de voltooide tijd in het Spaans?

De voltooide tijd gebruik je voor iets wat je gedaan hebt, en wat nog relevant voelt voor dit moment. He comido betekent: ik heb gegeten. Has estado en Madrid betekent: jij bent in Madrid geweest.

In het Nederlands ken je dit ook: "ik heb gegeten" is de voltooide tijd, "ik at" is de onvoltooid verleden tijd. In het Spaans bestaat die tweede variant ook (comí, estuve), maar die voltooide tijd met haber is de meest gebruikte in het dagelijks gesprek, zeker in Spanje zelf.

De twee onderdelen: haber + voltooid deelwoord

De voltooide tijd bestaat altijd uit twee stukken.

Het eerste stuk is een vorm van het werkwoord haber. Dat is een hulpwerkwoord, vergelijkbaar met "hebben" in het Nederlands. Je buigt haber naar de persoon:

yo he (ik heb) tú has (jij hebt) él/ella ha (hij/zij heeft) nosotros hemos (wij hebben) vosotros habéis (jullie hebben) ellos han (zij hebben)

Het tweede stuk is het voltooid deelwoord van het werkwoord dat je wilt gebruiken. In het Nederlands eindigt dat op "-d" of "-t" (gegeten, geweest). In het Spaans eindigt het op -ado voor werkwoorden op -ar, en op -ido voor werkwoorden op -er of -ir.

hablarhablado (gesproken) comercomido (gegeten) vivirvivido (geleefd, gewoond)

Die twee stukken plak je aan elkaar:

He hablado con el vecino. (Ik heb met de buurman gesproken.) Has comido ya. (Jij hebt al gegeten.) Hemos vivido aquí tres años. (Wij hebben hier drie jaar gewoond.)

De onregelmatige deelwoorden

Een deel van de werkwoorden heeft een onregelmatig voltooid deelwoord. Die moet je gewoon leren. De meest voorkomende:

hacerhecho (gedaan, gemaakt) decirdicho (gezegd) vervisto (gezien) escribirescrito (geschreven) abrirabierto (geopend) volvervuelto (teruggekomen) ponerpuesto (gezet, gelegd) romperroto (gebroken)

Voorbeeldzinnen:

Terras van een café in een Spaans bergdorp op een zonnige ochtend.

¿Has visto a la doctora? (Heb jij de dokter gezien?) He hecho la compra esta mañana. (Ik heb vanmorgen boodschappen gedaan.) No han dicho nada. (Ze hebben niets gezegd.)

Haber staat altijd vlak voor het deelwoord

Eén ding dat veel mensen fout doen: ze stoppen er iets tussen. In het Nederlands kun je zeggen "ik heb het al gegeten", waarbij "al" tussen "heb" en "gegeten" staat. In het Spaans blijven haber en het deelwoord altijd bij elkaar.

Ya he comido. (Ik heb al gegeten.) Niet: ~~he ya comido~~. No he dormido bien. (Ik heb niet goed geslapen.) Niet: ~~he no dormido~~.

Het woordje no of ya zet je vóór he, niet ertussen.

Wanneer gebruik je deze tijd?

In Spanje gebruik je de voltooide tijd met haber voor dingen die vandaag of recent zijn gebeurd, of die nog een verbinding hebben met nu.

Esta semana he ido al mercado tres veces. (Deze week ben ik drie keer naar de markt geweest.) Hoy no ha abierto la panadería. (De bakker is vandaag niet opengegaan.) Nunca he estado en Sevilla. (Ik ben nooit in Sevilla geweest.)

Die laatste zin is interessant: nunca (nooit) trekt de voltooide tijd aan, ook als het over je hele leven gaat.

Ser of haber?

In het Nederlands gebruik je bij beweging soms "zijn" in plaats van "hebben": ik ben gegaan, ik ben gekomen. In het Spaans gaat altijd haber, ook bij bewegingswerkwoorden.

He ido al pueblo. (Ik ben naar het dorp gegaan.) Niet: ~~soy ido~~. Ha venido esta tarde. (Hij is vanmiddag gekomen.) Niet: ~~es venido~~.

Als je meer wilt weten over ser en estar, die twee werkwoorden voor "zijn", staat daar een aparte aflevering over. Ze worden voor veel dingen gebruikt, maar de voltooide tijd hoort altijd bij haber.

Oefenen op het terras

Een goede manier om dit te oefenen: ga na wat je die dag hebt gedaan en zeg het hardop in het Spaans. Op het terras, bij de koffie, gewoon voor jezelf.

He desayunado fuera. (Ik heb buiten ontbeten.) He llamado al banco. (Ik heb de bank gebeld.) No he hecho nada útil hoy. (Ik heb vandaag niets nuttigs gedaan.)

Die laatste zin klopt ook op de betere dagen.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Startup Stock Photos via Pexels | Foto: Ana Hidalgo Burgos Burgos. via Pexels

Henry van Es Woont in La Drova (Valencia), Spanje. Schrijft over wat er verandert voor Nederlanders en Belgen hier — van belasting en zorg tot wonen en verblijfsrecht. Lees meer over de auteur →