Spaans heeft een eigenaardigheid die mij in het begin flink trip deed. Voor dingen als honger, dorst, slaap en gelijk gebruik je niet het werkwoord ser of estar, maar tener. Dat betekent letterlijk 'hebben'. Je hebt honger, je hebt haast, je hebt gelijk. In het Nederlands klinkt dat al vrij logisch. In de praktijk vergeet je het toch steeds.
Wat tener hier doet
Tener vervoeg je net zoals bij 'iets hebben': tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen. Het bijzondere is wat er achter dat werkwoord komt. Geen bijvoeglijk naamwoord, maar een zelfstandig naamwoord. Honger is hambre, haast is prisa, gelijk is razón, dorst is sed, slaap is sueño. Je combineert tener gewoon met zo'n woord, zonder lidwoord.
Dus niet 'ik ben hongerig', maar:
Tengo hambre. Ik heb honger.
¿Tienes sed? Heb jij dorst?
Tiene mucho sueño. Hij heeft veel slaap / hij is erg slaperig.
Wil je meer of minder aangeven, dan plak je mucho of poca voor het zelfstandig naamwoord. Let op: dat woord past zich aan het geslacht aan. Hambre is vrouwelijk, dus: mucha hambre. Sueño is mannelijk: mucho sueño.
Tengo mucha hambre. Ik heb veel honger.
Tenemos poca prisa. We hebben weinig haast.
De vier die je elke dag nodig hebt
Bij mij in het dorp gebruik ik vier van deze uitdrukkingen bijna dagelijks. Hier zijn ze, met wat context.
Tener hambre honger hebben
¿A qué hora comemos? Tengo hambre. Hoe laat eten we? Ik heb honger.
Bij de bakker of op het terras hoor je dit voortdurend. Geen ingewikkeld woord, maar het zit er niet vanzelf in omdat je hersenen steeds naar 'zijn' grijpen.
Tener prisa haast hebben
Lo siento, tengo prisa. Sorry, ik heb haast.
No tengas prisa. Doe maar rustig aan / heb geen haast.
Die tweede zin is een beleefde aansporing. De vorm tengas ziet er wat anders uit omdat het de gebiedende wijs in de ontkennende vorm is, maar je hoeft die grammatica nu niet te kennen. Hoor hem gewoon vaak genoeg en hij gaat zitten.
Tener razón gelijk hebben

Dit is er eentje die je ook passief veel hoort. Iemand zegt iets, de ander reageert:
Tienes razón. Je hebt gelijk.
No tiene razón. Hij heeft geen gelijk.
Tener sed dorst hebben
Tengo sed. ¿Pedimos algo? Ik heb dorst. Bestellen we iets?
Nog een paar die je snel meepikt
Zodra je het patroon ziet, kun je ook andere uitdrukkingen razendsnel oppakken.
Tener frío het koud hebben Tener calor het warm hebben Tener miedo bang zijn (letterlijk: angst hebben) Tener suerte geluk hebben Tener cuidado voorzichtig zijn (letterlijk: zorg hebben)
¡Ten cuidado! Pas op!
Tengo mucho frío esta mañana. Ik heb het vanmorgen erg koud.
¡Qué suerte tienes! Wat heb jij een geluk!
Die laatste hoor je in Spanje opvallend vaak als iemand iets fijns vertelt. Goed om te kennen.
Tener in de verleden tijd
Wil je zeggen dat je gisteren haast had, of dat je honger had toen je aankwam? Dan gebruik je de onvoltooid verleden tijd: tenía (ik had), tenías, tenía, teníamos, teníais, tenían.
Tenía mucha sed cuando llegué. Ik had veel dorst toen ik aankwam.
No tenía razón y lo sé. Ik had geen gelijk en dat weet ik.
Wil je eerder gebruikte voltooide tijden opfrissen, dan legt de aflevering over he comido en has estado dat stap voor stap uit.
Waarom dit toch blijft hangen
Het lastige aan deze uitdrukkingen is niet dat ze moeilijk zijn. Het is dat je ze midden in een gesprek moet produceren, terwijl je hoofd nog aan het zoeken is naar het Spaanse woord voor honger. Op dat moment schiet I am hungry of ik ben hongerig erdoor, en je zegt iets als estoy hambre. Dat begrijpt iedereen wel, maar het klinkt meteen als een beginneling.
De enige manier die voor mij werkt: deze zinnen niet los leren, maar als blok. Tengo hambre is één ding, niet drie losse woorden. Zeg hem hardop een paar keer, schrijf hem op als je hem tegenkomt en gebruik hem zodra je de kans krijgt. Op een terras gaat dat vanzelf.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Bas Linders via Pexels | Foto: jessica olivella via Pexels