Spaans leren

De subjuntivo in het Spaans: de drie situaties waarin je hem nodig hebt

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
De subjuntivo in het Spaans: de drie situaties waarin je hem nodig hebt

Er is geen Spaans onderwerp waar ik langer met mijn handen in het haar van heb gezeten dan de subjuntivo. Ik las uitleg na uitleg, met rijtjes werkwoorden en uitzonderingen, en na afloop wist ik nog steeds niet wanneer ik hem moest gebruiken. Tot ik ontdekte dat je met drie situaties al heel ver komt. Geen twintig regels, gewoon drie herkenbare gevallen.

Eerst even kort wat de subjuntivo eigenlijk is, want het woord alleen al schrikt af. Het is geen aparte tijd zoals verleden of toekomst. Het is een andere manier om een werkwoord te vervoegen, die je gebruikt als je het niet hebt over een feit, maar over een wens, een twijfel of een gevoel. In het Nederlands hebben we hier bijna niets voor terug, en dat maakt het lastig te voelen. Je moet het echt aanleren als een los systeem, niet als een vertaling van iets dat je al kent.

Situatie 1: als je iets wilt dat iemand anders doet

De eerste situatie is de meest voorkomende, en ook de makkelijkste om te herkennen. Je gebruikt de subjuntivo als je een wens uitspreekt over wat een ander persoon doet. Niet over jezelf, over iemand anders.

Quiero que vengas betekent ik wil dat je komt. Let op: vengas is niet de gewone vorm van komen, dat zou vienes zijn. Zodra er een tweede persoon in het spel komt met een wens erop, verandert het werkwoord.

Vergelijk dit met quiero venir, ik wil komen. Daar is geen subjuntivo nodig, want het gaat over mezelf. Zodra ik het wil voor iemand anders, verschijnt hij vanzelf: quiero que vengas a mi casa, ik wil dat je naar mijn huis komt.

Dit patroon zie je overal terug. Espero que llegues bien, ik hoop dat je goed aankomt. Necesito que me ayudes, ik heb nodig dat je me helpt. Prefiero que no fumes aquí, ik heb liever dat je hier niet rookt. Steeds hetzelfde recept: een werkwoord van wens of voorkeur, gevolgd door que, gevolgd door de subjuntivo-vorm.

Bij de bakker hoor je dit ook terug, al is het dan vaak in een beleefde vraag: quiero que me lo envuelva bien, ik wil dat u het goed inpakt. Zodra je iemand vraagt iets te doen via een wens, zit je in dit patroon.

Situatie 2: als je twijfelt of iets ontkent

De tweede situatie draait om twijfel en ontkenning. Als je zeker weet dat iets zo is, gebruik je de gewone vorm. Zodra je twijfelt, verandert het werkwoord.

Notitieboek met Spaanse werkwoordsvormen naast een kop koffie

Creo que tiene razón, ik denk dat hij gelijk heeft, klinkt zeker. Maar no creo que tenga razón, ik denk niet dat hij gelijk heeft, gebruikt de subjuntivo, omdat je nu juist twijfel of ontkenning uitdrukt.

Hetzelfde geldt voor dudo que llegue a tiempo, ik betwijfel of hij op tijd aankomt. En voor no es verdad que sea así, het is niet waar dat het zo is. Zodra het woordje no de zekerheid wegneemt, of zodra je twijfel al in het werkwoord zit zoals bij dudar, volgt de subjuntivo.

Dit is meteen de reden waarom veel Nederlanders hier fouten maken. We zeggen in het Nederlands gewoon "ik denk niet dat hij gelijk heeft" zonder dat de zin daardoor anders wordt vervoegd. In het Spaans wel. Het is een van die momenten waarop je merkt dat fouten maken bij het Spaans leren er gewoon bijhoort, want dit voel je niet aan, dit moet je stap voor stap inslijpen.

Situatie 3: als je een gevoel of oordeel uitspreekt

De derde situatie is emotie. Als je blij, verdrietig, verbaasd of bang bent over iets dat gebeurt, gebruik je de subjuntivo voor dat iets.

Me alegro de que estés aquí, ik ben blij dat je hier bent. Es una pena que no puedas venir, het is jammer dat je niet kunt komen. Me sorprende que no haya llamado, het verbaast me dat hij niet gebeld heeft.

Steeds gaat het om een gevoel dat je hebt bij iets dat een ander doet of dat gebeurt. Niet het gevoel zelf staat in de subjuntivo, maar het gedeelte na que. Me alegro blijft gewoon me alegro, het is estés dat verandert.

Op het terras hoor je dit ook vaak in klachten over het weer of de gemeente: es una vergüenza que no arreglen la calle, het is een schande dat ze de straat niet repareren. Emotie plus que plus subjuntivo, keer op keer hetzelfde patroon.

Waarom drie situaties genoeg zijn om te beginnen

Er bestaan meer gevallen waarin de subjuntivo verschijnt, bijvoorbeeld na bepaalde voegwoorden of in zinnen met cuando over de toekomst. Maar als je deze drie eenmaal herkent, wil, twijfel, gevoel, dan valt een groot deel van wat je in het dagelijks leven hoort en zegt op zijn plek.

Ik oefen dit zelf nog steeds door zinnen hardop te herhalen tot ze vanzelf komen, zonder dat ik eerst in mijn hoofd het rijtje regels hoef af te lopen. Dat lukt het beste als je het hardop blijft oefenen, ook als er niemand is om tegen te praten. De vormen zelf leer je vrij snel, het gevoel ervoor kost tijd. Bij mij duurde het maanden voor ik quiero que vengas zonder nadenken uit mijn mond kreeg, en nog steeds betrap ik mezelf erop dat ik bij twijfel-zinnen even moet schakelen.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Kampus Production via Pexels | Foto: Leeloo The First via Pexels