Spaans leren

Fouten maken in het Spaans: gewoon doen

· Door Henry van Es · ← Terug naar blog
Fouten maken in het Spaans: gewoon doen

Je staat bij de bakker. Je weet wat je wilt zeggen. Maar op het moment dat de vrouw achter de toonbank je aankijkt, verdwijnt alles wat je geleerd hebt. Je bestelt in het Engels, of je wijst maar gewoon. Thuisgekomen denk je: ik had het gewoon moeten proberen.

Dat is de fout die de meeste taalleerders maken. Niet een grammaticafout. De fout is dat je zwijgt.

Waar die angst vandaan komt

Als kind leerde je je moedertaal door te praten. Je maakte honderden fouten per dag en niemand die je er slechter om vond. Als volwassene werkt dat anders. Je weet dat je fouten maakt. Je hoort het zelf. En dat voelt gênant, alsof je ineens weer op school zit.

Spaans is dan ook een taal waarbij fouten zichtbaar zijn. Als je yo sabo zegt in plaats van yo sé (ik weet), klinkt dat fout. Als je estoy caliente zegt terwijl je bedoelt dat je het warm hebt, kan dat grappige blikken opleveren (de juiste zin is tengo calor). Fouten vallen op. Dat weet je, en dus hou je je mond.

Het misverstand over fouten

Hier zit een misverstand in. Fouten zijn niet het bewijs dat je het niet kunt. Ze zijn het bewijs dat je het aan het leren bent.

Spanjaarden reageren doorgaans heel anders op fouten dan je denkt. Bij mij in het dorp zijn mensen blij als je het überhaupt probeert. De bakker, de man van de bar op het plein, de buurvrouw: ze helpen je verder, of ze doen gewoon alsof er niets aan de hand is. Ze zijn niet aan het beoordelen. Ze zijn aan het communiceren.

Het enige wat echt hindert, is als je zo voorzichtig spreekt dat je niet meer te verstaan bent. Een verkeerde vervoeging storen ze zich niet aan. Gemompel wel.

Wat er echt misgaat als je zwijgt

Als je wacht tot je het perfect kunt, leer je het nooit. Taal leer je door feedback te krijgen, en feedback krijg je alleen als je iets zegt. Elke keer dat je zwijgt, mis je een kans om iets te leren.

Er is ook een mechanisch probleem. Woorden die je kent maar nooit gebruikt, verdwijnen. Je kunt el paraguas (de paraplu) tien keer hebben opgezocht, maar als je het nooit hardop gezegd hebt, haal je het niet op als het regent en je snel iets wilt zeggen.

Spreken is oefenen. En oefenen is herhalen tot het vanzelf gaat.

Begin kleiner dan je denkt

Vrouw spreekt zelfverzekerd met iemand op een terras in Spanje

De meeste mensen proberen te beginnen met volledige zinnen. Dat is te groot. Begin met losse stukken.

¿Me pone uno de esos? Kunt u mij er een van die geven? ¿Cómo se dice esto? Hoe zeg je dit? No lo entiendo bien, ¿puede repetirlo? Ik begrijp het niet goed, kunt u het herhalen? Perdona, ¿qué significa eso? Sorry, wat betekent dat?

Deze zinnen zijn kort, bruikbaar en vragen de ander om mee te helpen. Ze klinken niet als een beginner die zich verontschuldigt. Ze klinken als iemand die zijn best doet. En dat is precies wat je bent.

De truc met herhalen

Als iemand je corrigeert of iets uitlegt, herhaal het dan hardop. Niet als papegaai, maar gewoon om het vast te zetten.

Stel: je zegt he ido al mercado ayer (ik ben gisteren naar de markt geweest) en iemand zegt vriendelijk fui al mercado ayer. Dan zeg je: Ah, fui, entendido. En je herhaalt de correcte zin een keer voor jezelf. Dat kost twee seconden en je onthoudt het veel beter dan wanneer je het thuis in een schrift leest.

Dit werkt ook andersom. Als iemand iets zegt wat je mooi vindt of handig lijkt, vraag je: ¿Cómo lo has dicho exactamente? Hoe zei je dat precies? En dan herhaal je het.

Fouten die er niet toe doen

Niet elke fout is even erg. Er zijn fouten waarbij de betekenis helder blijft, en fouten waarbij iemand je verkeerd begrijpt. De eerste soort kun je rustig laten bestaan terwijl je oefent. De tweede soort los je op door beter te letten op context.

Yo quiero un café con leche is grammaticaal correct. Yo querer un café con leche begrijpt iedereen ook. Niet mooi, maar communicatie is gelukt. Dat is in het begin genoeg.

Wat wél meteen de moeite waard is om goed te doen: klinkers uitspreken zoals ze zijn. In het Spaans klinkt elke klinker altijd hetzelfde. De a is altijd een a, de e altijd een e. Als je dat voor elkaar hebt, klinkt je Spaans al een stuk beter, ook al maak je nog tien andere fouten in dezelfde zin.

Het enige wat telt

Op het terras, bij de garage, aan de telefoon met de gemeente: je Spaans hoeft niet perfect te zijn om te werken. Het moet werken. En het werkt alleen als je het gebruikt.

De angst went. Elke keer dat je je mond opendoet en het loopt redelijk, wordt het iets minder eng. En elke keer dat het fout gaat en niemand er moeilijk over doet, wordt die angst ook iets kleiner.

Je maakt fouten. Iedereen die een taal leert maakt fouten. Het verschil zit tussen wie ze hardop maakt en wie ze voor zich houdt.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Hert Niks via Pexels | Foto: Roberto Hund via Pexels

Henry van Es Woont in La Drova (Valencia), Spanje. Schrijft over wat er verandert voor Nederlanders en Belgen hier — van belasting en zorg tot wonen en verblijfsrecht. Lees meer over de auteur →