Spaans leren

Si tuviera dinero: de imperfecto de subjuntivo uitgelegd

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
Si tuviera dinero: de imperfecto de subjuntivo uitgelegd

Op het terras bij de bakker hoorde ik laatst een zin die ik eerst niet goed oppikte. Si tuviera tiempo, me iría de viaje zei de vrouw achter me. Als ik tijd had, zou ik op reis gaan. Niets geks aan die gedachte, maar het werkwoord tuviera deed iets met me. Geen enkele cursus had me verteld dat tener er zo uit kon zien.

Dat is de imperfecto de subjuntivo. In het Nederlands hebben we er geen aparte naam voor, wij zeggen gewoon "als ik tijd had" of "als ik geld had" en daar blijft het bij. In het Spaans verandert het werkwoord compleet van vorm zodra je het hebt over iets dat niet echt is, of niet waarschijnlijk is. Si tuviera dinero, compraría una casa: als ik geld had, zou ik een huis kopen. Niet "tengo", niet "tenía", maar tuviera.

Wanneer gebruik je hem

De meest voorkomende situatie is de onwerkelijke voorwaarde. Je beschrijft iets dat niet zo is, en wat er dan zou gebeuren. Dat patroon ken je misschien al van de condicional met me gustaría en podrías, en dat is precies de tweede helft van de zin. De imperfecto de subjuntivo zit in het "als"-deel, de condicional in het andere deel.

Si fuera rico, no trabajaría, als ik rijk was, zou ik niet werken.

Si viviera en la playa, iría a nadar cada día, als ik aan het strand woonde, zou ik elke dag gaan zwemmen.

Si hablara mejor español, entendería a mis vecinos, als ik beter Spaans sprak, zou ik mijn buren verstaan.

Dat laatste voorbeeld is bij mij persoonlijk nogal raak, overigens.

Daarnaast gebruik je deze vorm na bepaalde uitdrukkingen van wens of beleefdheid die in het verleden staan. Quería que vinieras, ik wilde dat je kwam. Me pidió que esperara, hij vroeg me om te wachten. En na como si, alsof: Habla como si lo supiera todo, hij praat alsof hij alles weet.

De vorm leren

Notitieboekje met pen waarin Spaanse werkwoordsvormen geoefend worden

Het goede nieuws: voor bijna elk werkwoord bouw je deze vorm op dezelfde manier op. Je pakt de derde persoon meervoud van de pretérito indefinido, de onregelmatige voltooid verleden tijd die je misschien kent van hablé, hablaste, habló. Die van ellos is hablaron. Haal de -ron eraf en je houdt habla- over. Daar plak je de uitgangen -ra, -ras, -ra, -ramos, -rais, -ran achter.

Voor tener is dat meervoud tuvieron, dus wordt het tuviera, tuvieras, tuviera, tuviéramos, tuvierais, tuvieran. Voor ser en ir, die toevallig dezelfde verleden tijd delen, is het fueron, dus fuera, fueras, fuera, enzovoort. Voor poder is het pudieron, dus pudiera.

Dit is meteen de reden waarom deze tijd makkelijker is dan hij klinkt. Je hoeft geen nieuw rijtje onregelmatige vormen te stampen. Als je de onregelmatige verleden tijd al kent, ken je bijna automatisch ook deze vorm. Ken je estuvieron, dan ken je estuviera. Ken je dijeron, dan ken je dijera.

Er bestaat trouwens ook een tweede uitgang, met -se in plaats van -ra: tuviese, fuese, pudiese. Die hoor je vooral in Spanje nog wel eens in geschreven taal of in iets formelere zinnen, maar in het dagelijks gesprek kom je verreweg het meest de -ra vorm tegen. Leer die eerst, de -se vorm herken je vanzelf als je hem tegenkomt.

Niet verwarren met de gewone subjuntivo

In een eerdere aflevering over de subjuntivo ging het over de tegenwoordige vorm: quiero que vengas, ik wil dat je komt. Die gebruik je als het hoofdwerkwoord in het heden staat. Zodra dat hoofdwerkwoord in het verleden staat, of zodra je een onwerkelijke situatie beschrijft met si, verschuift alles naar de imperfecto de subjuntivo.

Vergelijk: Quiero que vengas (ik wil dat je komt) tegenover Quería que vinieras (ik wilde dat je kwam). Hetzelfde idee, maar een andere tijd omdat het hoofdwerkwoord verandert.

En let op een valkuil die ik zelf lang had: na si in de betekenis van een onwerkelijke voorwaarde gebruik je nooit de tegenwoordige subjuntivo. Je zegt niet si tenga dinero, dat bestaat niet. Het is altijd si tuviera dinero. Bij een gewone, reële voorwaarde in de tegenwoordige tijd gebruik je trouwens helemaal geen subjuntivo: si tengo tiempo, voy, als ik tijd heb, ga ik. Dat is iets heel anders dan de droom over het geld of het huis aan het strand.

Oefenen met je eigen leven

Wat bij mij hielp was deze zinnen koppelen aan mijn eigen dagelijkse fantasieën, hoe klein ook. Op weg naar de garage dacht ik: si tuviera un coche nuevo, no haría tanto ruido, als ik een nieuwe auto had, zou hij niet zoveel lawaai maken. Bij het boodschappen doen: si hiciera menos calor, compraría más fruta, als het minder warm was, zou ik meer fruit kopen.

Het zijn geen grammaticaal ingewikkelde zinnen, maar wel zinnen die je dwingen om elke keer dat rijtje -ra, -ras, -ra, -ramos, -rais, -ran actief op te halen. Na een paar weken komt tuviera er net zo makkelijk uit als tenía, en dan hoor je het ineens overal om je heen: bij de buren, op het terras, in elk gesprek waarin iemand hardop droomt over wat anders zou kunnen zijn.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: William Fortunato via Pexels | Foto: jessica olivella via Pexels