Spaans leren

Me gustaría en podrías: de condicional in het Spaans

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
Me gustaría en podrías: de condicional in het Spaans

Op een gegeven moment had ik de tegenwoordige tijd een beetje onder de knie, kon ik met kunstgrepen uit de voeten in het verleden, en durfde ik zelfs af en toe de toekomende tijd te gebruiken. En toch klonk ik bot. Ik zei dingen als quiero un café (ik wil een koffie) tegen de ober, of puedes abrir la ventana (kun je het raam openen) tegen iemand die ik net kende. Grammaticaal niets fout mee. Maar het klinkt in het Spaans net zo direct als in het Nederlands.

Wat ik miste was de condicional: de vorm die in het Nederlands "zou" wordt. Me gustaría un café in plaats van quiero un café. ¿Podrías abrir la ventana? in plaats van puedes abrir la ventana. Klein verschil op papier, groot verschil in toon.

Hoe je de condicional vormt

Het fijne aan de condicional is dat hij voor bijna alle werkwoorden op precies dezelfde manier werkt. Je neemt de hele infinitief, dus hablar, comer, vivir, en plakt er een uitgang achter. Die uitgang is voor alle drie de werkwoordgroepen gelijk:

-ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían

Dus hablar wordt hablaría, hablarías, hablaría, hablaríamos, hablaríais, hablarían (ik zou praten, jij zou praten, enzovoort). Comer wordt comería. Vivir wordt viviría.

Er zijn een paar werkwoorden die de stam veranderen voordat de uitgang erbij komt, en dat zijn precies dezelfde werkwoorden die dat ook doen in de toekomende tijd. Tener wordt tendría, poder wordt podría, querer wordt querría, hacer wordt haría, venir wordt vendría. Als je de toekomende tijd al kent, ken je deze onregelmatige stammen dus eigenlijk al. Ik schreef daar eerder over in de aflevering over hablaré, en het is precies dat lijstje onregelmatige stammen dat je hier weer tegenkomt.

Me gustaría: wensen zonder te eisen

Me gustaría is waarschijnlijk de meest gebruikte vorm uit dit hele rijtje. Het betekent letterlijk "het zou me bevallen", en in de praktijk gewoon "ik zou graag". Vergelijk:

Quiero ir a la playa. (Ik wil naar het strand.)

Me gustaría ir a la playa. (Ik zou graag naar het strand gaan.)

Beide zinnen zijn correct Spaans. Maar de eerste klinkt, zeker tegen iemand die je niet goed kent, als een eis. De tweede klinkt als een wens. Bij de bakker, op kantoor, aan de balie van de gemeente: me gustaría werkt bijna altijd beter dan quiero.

Je kunt het ook gebruiken voor dingen die (nog) niet kunnen:

Me gustaría aprender a tocar la guitarra. (Ik zou graag gitaar leren spelen.)

Me gustaría vivir aquí todo el año. (Ik zou graag hier het hele jaar wonen.)

Let op: na me gustaría komt een infinitief, of que plus een andere werkwoordsvorm als het om iemand anders gaat. Me gustaría que vinieras (ik zou het leuk vinden als je kwam) gaat net iets verder, want dan kom je ook de subjuntivo tegen. Daarover schreef ik al een aparte aflevering, dus die combinatie laat ik hier even liggen.

Podrías: vragen zonder te bevelen

Podrías is de condicional van poder (kunnen), en het is je beste vriend als je iets wilt vragen zonder bot te klinken.

Notitieboekje met Spaanse werkwoordsvormen naast een kop koffie

¿Puedes ayudarme? (Kun je me helpen?) is prima Spaans tegen vrienden.

¿Podrías ayudarme? (Zou je me kunnen helpen?) klinkt beleefder, en is de vorm die je gebruikt tegen de loodgieter, de buurman die je nog niet kent, of iemand achter een balie.

Andere veelgebruikte voorbeelden:

¿Podría pedirle un favor? (Zou ik u om een gunst kunnen vragen?)

¿Podrías hablar más despacio? (Zou je wat langzamer kunnen praten?)

¿Podrías repetirlo, por favor? (Zou je het kunnen herhalen, alsjeblieft?)

Dat laatste zinnetje heb ik in mijn eerste jaar in Spanje waarschijnlijk honderd keer gebruikt. Het werkt overal: bij de kassa, aan de telefoon, op het terras als iemand te snel praat.

Wanneer je het verder gebruikt

De condicional duikt ook op in zinnen waarin je iets beschrijft dat zou gebeuren onder een bepaalde voorwaarde, vaak met si (als):

Si tuviera más tiempo, viajaría más. (Als ik meer tijd had, zou ik meer reizen.)

Si fuera rico, compraría una casa en el pueblo. (Als ik rijk was, zou ik een huis in het dorp kopen.)

Dit soort zinnen is wat ingewikkelder, omdat de si-helft een andere vorm gebruikt dan de condicional-helft. Voor nu is het genoeg om te herkennen dat tuviera en fuera hier naar een voorwaarde verwijzen, en dat het stukje erna, met viajaría en compraría, het gevolg beschrijft. Je hoeft dat niet actief te beheersen om verstaanbaar te zijn.

Handiger voor het dagelijks gebruik is de condicional om advies te geven:

Yo que tú, hablaría con el médico. (Ik zou met de dokter praten, als ik jou was.)

Deberías descansar un poco. (Je zou wat moeten rusten.)

Dat laatste zinnetje, met deberías, hoor je overal in Spanje. Het is zachter dan tienes que (je moet) en wordt gebruikt voor bijna elk advies, van gezondheid tot verkeer tot wat je het beste op de markt kunt kopen.

Een kleine valkuil

Nederlanders hebben de neiging om de condicional ook te gebruiken waar Spaans de toekomende tijd pakt, omdat "zou" in het Nederlands soms gewoon een toekomst beschrijft: "ik zou volgende week komen" kan letterlijk een afspraak zijn. In het Spaans is dat dan meestal gewoon voy a venir la semana que viene of vendré la semana que viene, niet vendría. De condicional is voor wensen, beleefde verzoeken en voorwaarden, niet voor een gewone toekomstige afspraak. Zodra je twijfelt of je een wens uitdrukt of een feit over morgen, is dat een goed moment om jezelf die vraag letterlijk te stellen voordat je de zin afmaakt.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Valentin Angel Fernandez via Pexels | Foto: Free Photos.cc via Pexels