Spaans leren

Hecho, dicho, visto: onregelmatige deelwoorden in het Spaans

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
Hecho, dicho, visto: onregelmatige deelwoorden in het Spaans

Ik weet nog precies wanneer ik erachter kwam dat hacer geen hacido oplevert. Ik stond bij de bakker en wilde zeggen dat ik het brood al had gehaald, en er kwam iets krampachtigs uit mijn mond dat nergens op leek. De bakker glimlachte vriendelijk en zei gewoon lo he hecho yo (dat heb ik zelf gemaakt), alsof hij me even de juiste vorm voorzei zonder dat ik het doorhad.

Dat is het lastige aan voltooide deelwoorden in het Spaans. Negen van de tien werkwoorden doen gewoon braaf mee aan de regel: je haalt de uitgang van de infinitief af en plakt er -ado of -ido aan vast. Maar een klein groepje veelgebruikte werkwoorden trekt zich daar niets van aan. En juist omdat die werkwoorden zo vaak voorkomen, loop je er voortdurend tegenaan.

Hoe het eigenlijk hoort te werken

Bij regelmatige werkwoorden is het simpel. Hablar (praten) wordt hablado, comer (eten) wordt comido, vivir (leven) wordt vivido. Je gebruikt deze vorm samen met haber om de voltooide tijd te maken, zoals ik eerder uitlegde in het artikel over he comido, has estado: de voltooide tijd met haber. Je zegt dus he hablado (ik heb gepraat), has comido (jij hebt gegeten), ha vivido (hij of zij heeft geleefd).

Maar dan kom je bij een stuk of vijftien werkwoorden die je gewoon uit je hoofd moet leren, omdat er geen logica in zit die je zelf kunt bedenken.

De bekendste onregelmatige deelwoorden

Hacer (doen, maken) wordt hecho. Niet hacido, wat mijn brein er jarenlang van probeerde te maken.

He hecho la cama esta mañana (ik heb vanochtend het bed opgemaakt).

¿Qué has hecho hoy? (wat heb je vandaag gedaan?)

Decir (zeggen) wordt dicho.

Te lo he dicho mil veces (ik heb het je al duizend keer gezegd).

¿Qué ha dicho el médico? (wat heeft de dokter gezegd?)

Ver (zien) wordt visto.

¿Has visto mi móvil? (heb je mijn telefoon gezien?)

Nunca he visto algo así (ik heb nog nooit zoiets gezien).

Notitieboek met handgeschreven Spaanse werkwoorden en een kop koffie

Deze drie zijn waarschijnlijk de werkwoorden die je het meest tegenkomt in een gewoon gesprek op het terras of bij de groenteboer, en daarom is het de moeite waard om ze als blokje samen te onthouden: hecho, dicho, visto.

De rest van het rijtje

Er zijn meer werkwoorden die zich niet aan de regel houden. Een paar die je regelmatig tegenkomt:

Escribir (schrijven) wordt escrito. Te he escrito un correo (ik heb je een mailtje geschreven), wat trouwens goed aansluit bij het artikel over een nette e-mail schrijven in het Spaans.

Poner (zetten, leggen) wordt puesto. He puesto la mesa (ik heb de tafel gedekt).

Volver (terugkomen) wordt vuelto. Ha vuelto tarde (hij of zij is laat teruggekomen).

Romper (breken) wordt roto. Se me ha roto el móvil (mijn telefoon is kapotgegaan).

Abrir (openen) wordt abierto. La tienda ha abierto a las diez (de winkel is om tien uur opengegaan).

Morir (sterven) wordt muerto. Se ha muerto la planta del balcón (de plant op het balkon is doodgegaan).

Descubrir (ontdekken) wordt descubierto, omdat het is opgebouwd uit cubrir, en dat werkwoord wordt op zijn beurt cubierto (bedekt).

Dat laatste geeft meteen een handig trucje: werkwoorden die zijn opgebouwd uit een van deze onregelmatige stammen, erven die onregelmatigheid meestal over. Deshacer (ongedaan maken) wordt dus deshecho, en prever (voorzien) wordt previsto.

Waarom je dit niet kunt afleiden

Ik heb lang geprobeerd er een patroon in te vinden, maar dat is er eigenlijk niet. Het zijn losse uitzonderingen die door de geschiedenis van de taal zijn ontstaan, en de enige manier om ze onder de knie te krijgen is ze simpelweg vaak genoeg te gebruiken totdat ze vanzelf uit je mond rollen.

Wat wel helpt: deze deelwoorden gedragen zich precies hetzelfde als de regelmatige, zodra je de juiste vorm eenmaal hebt. Ze veranderen niet mee met ik, jij, hij, zoals bij andere werkwoordstijden. Je zegt altijd hecho, of het nou he hecho, has hecho, ha hecho of hemos hecho is. Alleen haber verandert mee, het deelwoord zelf blijft stokstijf hetzelfde.

Dat maakt het makkelijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Je hoeft geen hele vervoeging te leren, je hoeft maar één woordje per werkwoord te onthouden. En als je die vijftien woordjes eenmaal in je hoofd hebt zitten, kom je in bijna elk gesprek in Spanje een heel eind.

Ik merk zelf dat hecho en dicho inmiddels zo vanzelfsprekend zijn geworden dat ik er niet meer over nadenk. Bij visto struikel ik af en toe nog, vooral in combinatie met previsto, waar mijn brein toch nog even een klein sprongetje voor nodig heeft voordat het goede woord eruit komt.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Natalia Olivera via Pexels | Foto: Leeloo The First via Pexels