Je staat bij de bakker en je wilt zeggen dat je gisteren iets deed. Of je belt met iemand en je wilt vertellen wat er net is gebeurd. En dan sta je stil. Want heb je het nu over hablé, hablaba of he hablado? Alle drie zijn verleden tijd. Alle drie kloppen soms. Maar ze zijn niet uitwisselbaar.
Dit is het moment waarop ik vroeger gewoon grapte en verder praatte. Gooi er maar een in, het komt wel goed. Dat werkte. Maar ik begreep niet wat ik zei. Dit artikel is wat ik destijds nodig had.
Drie tijden, drie functies
Laten we beginnen met de namen, want die duiken op in elke uitleg. De pretérito indefinido (ook wel pretérito perfecto simple genoemd) is de tijd van voltooide handelingen in het verleden. De imperfecto is de tijd van gewoontes, beschrijvingen en onafgesloten situaties. En de pretérito perfecto (met he, has, ha enz.) is de voltooide tijd, die je gebruikt voor iets wat verband houdt met het heden.
Klinkt abstract. Wordt concreter.
Hablé: iets dat voorbij is
Hablé is de pretérito indefinido. Je gebruikt hem als de handeling duidelijk is afgesloten en geen directe link heeft met nu.
Ayer hablé con el médico. Gisteren sprak ik met de dokter.
El año pasado viví en Valencia. Vorig jaar woonde ik in Valencia.
La semana pasada fui al mercado tres veces. Vorige week ging ik drie keer naar de markt.
De tijdsindicatoren zijn je beste vriend hier: ayer (gisteren), el año pasado (vorig jaar), la semana pasada (vorige week), en 2019. Die horen bij de indefinido. Ze markeren dat iets echt voorbij is.
Hablaba: zo was het vroeger, of: intussen
De imperfecto beschrijft geen afgerond moment. Hij beschrijft een situatie, een gewoonte, of wat er op de achtergrond aan de hand was.
Cuando era pequeño, comía mucho pan. Toen ik klein was, at ik veel brood.
Siempre íbamos al bar los domingos. We gingen altijd op zondag naar de bar.
Llovía cuando salí de casa. Het regende toen ik het huis uitging.
Die laatste zin heeft twee tijden tegelijk. Llovía (het regende) is de achtergrond, de situatie die al bezig was. Salí (ik ging naar buiten) is de voltooide actie die er doorheen snijdt. Dat samenspel van imperfecto en indefinido is iets waar ik apart over heb geschreven, en als je daar meer over wilt lezen, zie dan pretérito of imperfecto: welke verleden tijd kies je.
De imperfecto gebruik je ook voor beschrijvingen in het verleden.

El pueblo era tranquilo. Het dorp was rustig.
Hacía calor y todo el mundo estaba en la sombra. Het was warm en iedereen zat in de schaduw.
He hablado: zojuist, of nog relevant
De pretérito perfecto maak je met haber + voltooid deelwoord: he hablado, has comido, ha llegado. In Nederland leer je dat je deze tijd gebruikt voor dingen die net zijn gebeurd of die nog steeds relevant zijn voor het heden. In grote delen van Spanje, zeker in het noorden en midden, klopt dat ook.
He hablado con el vecino esta mañana. Ik heb vanmorgen met de buurman gesproken.
¿Has comido ya? Heb je al gegeten?
Hoy he ido al banco dos veces. Vandaag ben ik twee keer naar de bank geweest.
De sleutelwoorden zijn hoy (vandaag), esta mañana (vanmorgen), esta semana (deze week), hace un momento (zojuist). Zolang het tijdsframe nog niet voorbij is, past de perfecto.
Maar hier komt iets waar niemand je op voorbereid heeft: in grote delen van Spanje, en zeker hier in de regio Valencia, gebruiken veel mensen gewoon de indefinido ook voor dingen die net zijn gebeurd. Je hoort iemand zeggen llamó Juan terwijl Juan vijf minuten geleden belde. Dat is geen fout. Dat is regionaal gebruik. In Castilië zou je eerder ha llamado Juan horen. Beide zijn correct Spaans, afhankelijk van waar je bent.
Als je net begint of B1 haalt, hoef je dit regionale verschil niet te beheersen. Begrijpen dat het bestaat, is al genoeg.
Zet ze naast elkaar
Hablé con ella el martes. Ik sprak haar dinsdag (vorige week).
Hablaba con ella todos los martes. Ik sprak haar elke dinsdag (gewoonte).
He hablado con ella esta mañana. Ik heb haar vanmorgen gesproken.
Drie zinnen, drie verschillende betekenissen. Het werkwoord hablar is hetzelfde. De tijd bepaalt wat je zegt.
Wat helpt in de praktijk
Kijk naar het tijdswoord in je zin. Staat er ayer, la semana pasada of een afgesloten periode? Dan indefinido. Staat er siempre, antes, cuando era joven? Dan imperfecto. Staat er hoy, esta semana, hace un momento? Dan in veel van Spanje de perfecto, al kan in jouw regio de indefinido ook kloppen.
En als je twijfelt in een gesprek? Zeg de zin. Een kleine aarzeling valt niemand op. Wat opvalt, is stilte.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: TBD Traveller via Pexels | Foto: Ketut Subiyanto via Pexels