Als je in het Spaans over het verleden praat, heb je al snel te maken met meer dan één moment. Er is iets gebeurd, maar daarvóór was er nog iets anders. In het Nederlands zeg je dan: ik had al gegeten, zij was al weggegaan. In het Spaans heet die tijd de pluscuamperfecto. Letterlijk: meer dan voltooid.
Ik stuitte op deze tijd toen iemand bij mij in het dorp zei: Cuando llegué, ya se habían ido. Toen ik aankwam, waren ze al weggegaan. Ik begreep de zin, maar had hem zelf nooit zo gezegd. Ik zou waarschijnlijk zijn blijven steken in losse stukjes preterito, en de volgorde onduidelijk hebben gelaten.
Hoe bouw je de pluscuamperfecto
De opbouw is simpel. Je gebruikt altijd het werkwoord haber in een verleden vorm, gevolgd door het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord. Dat deelwoord is precies hetzelfde als in de voltooide tijd met haber die we eerder bespraken, dus als je he comido en has estado al kent, ben je halverwege.
Het verschil zit in de vorm van haber. Niet he, has, ha, maar había, habías, había, habíamos, habíais, habían.
Zo ziet dat eruit:
había comido ik had gegeten habías estado jij was geweest había llegado hij/zij was aangekomen habíamos hecho wij hadden gedaan habíais salido jullie waren weggegaan habían visto zij hadden gezien
De onregelmatige deelwoorden zijn dezelfde als altijd: hecho (doen/maken), visto (zien), dicho (zeggen), puesto (zetten/leggen), abierto (openen), escrito (schrijven).
Wanneer gebruik je hem
De pluscuamperfecto gebruik je als je twee momenten in het verleden beschrijft, en je duidelijk wilt maken welk van de twee eerder was. Het vroegste moment krijgt de pluscuamperfecto, het latere moment krijgt de gewone verleden tijd (preterito of imperfecto).
Een paar voorbeelden uit het dagelijks leven:
Cuando abrí la panadería, ya habían vendido el pan. Toen ik de bakkerij opendeed, hadden ze het brood al verkocht.
No sabía que ya habías pagado. Ik wist niet dat jij al had betaald.
El fontanero llegó, pero el problema ya había desaparecido. De loodgieter kwam, maar het probleem was al verdwenen.
Me di cuenta de que había olvidado las llaves. Ik besefte dat ik de sleutels was vergeten.
In al deze zinnen is er een moment A (het vroegste, met pluscuamperfecto) en een moment B (later, met gewone verleden tijd). De pluscuamperfecto sorteert die volgorde voor je.

Zonder tweede zin werkt hij ook
Je hoeft niet altijd twee momenten expliciet te noemen. Soms is het tweede moment vanzelfsprekend uit de context. Op het terras, als iemand vraagt waarom je niet meer wilt eten:
Ya había comido. Ik had al gegeten.
Of aan de balie van het gemeentehuis, als blijkt dat iemand anders de aanvraag al had ingediend:
Alguien ya lo había solicitado. Iemand had het al aangevraagd.
De pluscuamperfecto geeft dan gewoon aan dat iets afgerond was op een moment in het verleden, zonder dat je precies hoeft te zeggen wanneer.
Het verschil met de gewone voltooide tijd
Het verschil met he comido (voltooide tijd) zit in het tijdsperspectief. He comido kijkt terug vanuit het nu. Había comido kijkt terug vanuit een moment in het verleden.
Vergelijk:
He comido. Ik heb gegeten. (nu, vanuit dit moment) Había comido. Ik had gegeten. (toen al, vóór iets anders)
In Spanje, en zeker in Valencia, hoor je de voltooide tijd met he trouwens minder dan in Latijns-Amerika of in formeel schrijven. Maar de pluscuamperfecto met había is overal hetzelfde en klinkt nergens vreemd.
Hoe ik dit zelf heb geoefend
Ik ben begonnen met zinnen beschrijven die ik zelf had meegemaakt. Gewone dingen: de winkel was al dicht, de bus was al weg, de parkeerplaats was al vol. Allemaal situaties waarbij ik te laat was voor iets.
Cuando llegué, el mercado ya había cerrado. Toen ik aankwam, was de markt al gesloten.
El autobús ya había salido. De bus was al vertrokken.
Ya habían aparcado todos los coches. Alle auto's hadden al geparkeerd.
Die structuur van "ik arriveerde en het was al te laat" is een goede oefening, want die situatie heeft iedereen wel eens. En als je hem een paar keer hardop hebt gezegd, gaat había vanzelf zitten.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Ana Hidalgo Burgos Burgos. via Pexels | Foto: David Bares via Pexels