Wat is de gebiedende wijs eigenlijk
De gebiedende wijs is de werkwoordsvorm die je gebruikt als je iemand iets vraagt te doen, of zegt wat ze moeten doen. "Kom hier." "Wacht even." "Geef me dat eens." In het Spaans heet die vorm de imperativo, maar je hoeft die term niet te onthouden. Wat je wel moet weten: de vorm hangt af van of je iemand tutea (met tú aanspreekt) of niet.
Ik gebruik hem elke dag. Bij de bakker, als ik iets aanwijs. Op het terras als iemand vraagt wat ik wil. En eerlijk gezegd heb ik de eerste maanden gewoon de infinitief gebruikt, de basisvorm die je in het woordenboek vindt. Dat werkt ook, maar het klinkt houterig. De gebiedende wijs klinkt gewoon veel natuurlijker.
De gebiedende wijs met tú
Als je iemand kent en je zegt tú tegen diegene, gebruik je de enkelvoudige gebiedende wijs. Voor de meeste werkwoorden is die vorm simpel: je neemt de hij/zij-vorm van de tegenwoordige tijd.
hablar (praten) → hij/zij zegt habla → gebiedende wijs: ¡Habla más despacio! (Praat wat langzamer!)
esperar (wachten) → espera → Espera un momento. (Wacht even.)
escribir (schrijven) → hij/zij zegt escribe → Escribe tu nombre aquí. (Schrijf je naam hier.)
Dat is het basispatroon. Voor de meeste werkwoorden werkt dit gewoon.
Er zijn een handvol veelgebruikte werkwoorden die een onregelmatige gebiedende wijs hebben. Die moet je gewoon uit je hoofd leren, want ze volgen geen patroon:
ser → sé (wees) ir → ve (ga) hacer → haz (doe, maak) tener → ten (heb, neem) venir → ven (kom) decir → di (zeg) poner → pon (zet, leg) salir → sal (ga naar buiten, vertrek)
Zo zeg je: ¡Ven aquí! (Kom hier!) of ¡Haz esto! (Doe dit!) of ¡Sé amable! (Wees aardig!)
De beleefde vorm: usted
Als je iemand niet kent, of als de situatie formeler is, gebruik je usted in plaats van tú. Dat is in Spanje iets minder gebruikelijk dan vroeger, maar bij oudere mensen of in officiële situaties hoor je het nog steeds.
Voor usted gaat de gebiedende wijs anders. Je gebruikt dan een vorm die lijkt op de tegenwoordige tijd, maar net even anders:
- Werkwoorden op -ar: de uitgang wordt -e - Werkwoorden op -er of -ir: de uitgang wordt -a
hablar → hable usted más despacio. (Praat u wat langzamer.) esperar → Espere un momento. (Wacht u even.) escribir → Escriba su nombre aquí. (Schrijf u uw naam hier.)
Voor meerdere mensen die je niet kent (ustedes):

hablar → hablen → Hablen más despacio, por favor. (Praat u wat langzamer, alstublieft.) esperar → esperen → Esperen aquí. (Wacht u hier.)
Iets vragen doe je zo
Een opdracht geven klinkt soms te direct. In het dagelijks leven gooi je er gewoon por favor achter, of je gebruikt een vraagzin. Maar de gebiedende wijs zelf is in Spanje helemaal niet onbeleefd, zolang je de toon maar goed houdt.
Bij de bakker klinkt Dame dos barras, por favor (Geef me twee stokbroden, alsjeblieft) volkomen normaal. Niemand kijkt daar van op.
Wil je iets vriendelijker formuleren, dan helpt ¿Puedes...? (Kun jij...?) of ¿Puede usted...? (Kunt u...?):
¿Puedes hablar más despacio? (Kun je wat langzamer praten?) ¿Puede usted repetir eso? (Kunt u dat herhalen?)
Dat zijn geen gebiedende wijsvormen meer, maar ze doen hetzelfde werk als je het wat zachter wilt zeggen.
Voorzetsels en voornaamwoorden erachter plakken
Eén ding dat veel mensen verrast: als je me, lo, la of andere kleine woordjes gebruikt, plak je die achter de gebiedende wijs aan. Ze worden één woord.
Dame = geef me (van dar + me) Dímelo = zeg het me (van di + me + lo) Escúchame = luister naar me (van escucha + me) Llámame = bel me (van llama + me)
Dit klinkt ingewikkeld, maar je hoort het zo vaak dat je het snel oppikt. Llámame staat trouwens ook gewoon in je telefoon als iemand je een berichtje stuurt.
Wil je meer weten over die kleine woordjes zoals me, lo en la? Dat heb ik eerder uitgelegd in de aflevering over lijdend en meewerkend voorwerp.
Negatief: zeg wat iemand niet mag doen
Als je wilt zeggen dat iemand iets niet moet doen, werkt het anders. Je kunt dan niet gewoon no voor de gebiedende wijs zetten. De ontkenning vraagt een andere werkwoordsvorm, en die lijkt toevallig op de usted-vorm.
Voor tú: No hables tan rápido. (Praat niet zo snel.) No vayas allí. (Ga daar niet naartoe.) No hagas eso. (Doe dat niet.)
Voor usted: No hable tan rápido. (Praat u niet zo snel.)
En hier gaan de kleine woordjes juist voor het werkwoord staan: No me llames después de las diez. (Bel me niet na tienen uur.)
Dat omkeren, van erachter naar ervoor, is het punt waar ik zelf het langst over heb gedaan. Het helpt om er gewoon veel te lezen en te horen, dan gaat het vanzelf zitten.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Tim Samuel via Pexels | Foto: Polina Tankilevitch via Pexels