Spaans leren

De vijf Spaanse klanken die je Nederlandse accent verraden

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
De vijf Spaanse klanken die je Nederlandse accent verraden

Ik kan een Spaanse zin grammaticaal helemaal goed hebben en toch hoort de bakker meteen dat ik niet uit Gandia kom. Dat zit hem bijna nooit in de woorden die ik kies. Het zit in een paar klanken die ik als Nederlander anders gewend ben, en die ik daardoor stiekem "vertaal" naar mijn eigen uitspraak. Vijf klanken zijn de grootste verraders. Als je die eruit haalt, klink je meteen een stuk Spaanser, ook al verandert er verder niks aan je zinnen.

De v die eigenlijk een b is

In het Nederlands maken we een echt onderscheid tussen de v en de b. Vader en bader zijn twee compleet verschillende woorden. In het Spaans bestaat dat onderscheid nauwelijks. Vaca (koe) en baca (imperiaal op een auto) klinken voor een Spanjaard bijna identiek. Beide beginnen met een klank die tussen onze v en b in zit, iets dichter bij de b.

Nederlanders doen precies het omgekeerde van wat nodig is: we spreken de v in vino (wijn) uit zoals we dat in het Nederlands gewend zijn, met die duidelijke wrijving tegen de lippen. Dat klinkt voor Spaanse oren juist ongewoon hard en buitenlands. Probeer bij woorden als vino, verano (zomer) en vivir (leven) de lippen even tegen elkaar te laten komen, alsof je een b zegt, en er lucht doorheen te laten. Dat is dichter bij hoe het hoort.

De harde g die een schraapklank moet worden

Onze g is hard en zit vooraan in de mond, bijna als een schraapgeluid achterin de keel dat we in Nederland heel normaal vinden. De Spaanse g voor a, o en u, zoals in gato (kat) of agua (water), is veel zachter. Maar de g voor e en i, zoals in gente (mensen) of gigante (reus), wordt juist een harde, schrapende keelklank, vergelijkbaar met onze Nederlandse g in "gaan", maar dan nog iets verder naar achteren.

Het probleem is dat ik als Nederlander die twee constant door elkaar haal. Ik zeg gato met een harde keelklank terwijl dat juist zacht moet, en ik verzacht gente juist te veel. Let er bewust op welke klinker na de g komt, dat bepaalt alles.

De j die wij als een sj of een zj uitspreken

Iemand oefent hardop de uitspraak van Spaanse woorden

De Spaanse j, zoals in trabajo (werk) of jamón (ham), is een harde, schrapende keelklank. Geen sj-klank zoals in "sjaal", geen zj-klank zoals in het Franse "jardin". Nederlanders hebben de neiging om er iets zachters van te maken, iets dat meer richting onze ch in "lach" gaat maar dan te zacht uitgevoerd.

Bij jamón hoor ik mezelf soms bijna "sjamon" zeggen als ik niet oplet. Het scheelt weinig, maar een Spanjaard hoort het onmiddellijk. De klank komt echt uit de keel, met wat meer kracht dan onze ch.

De medeklinkers die wij te veel adem geven

Dit is een subtielere klank, maar hij komt heel vaak voor: de p, t en k in het Spaans worden zonder ademstoot uitgesproken. In het Nederlands (en nog sterker in het Engels) laten we bij deze medeklinkers een klein "poefje" lucht ontsnappen. Zeg maar eens hardop "koffie" met je hand voor je mond: je voelt een luchtstoot bij de k.

In het Spaans hoort die luchtstoot er niet te zijn. Bij woorden als café, taza (kopje) of pan (brood) blijft de medeklinker droog en kort. Het is een klein verschil, maar het is precies waardoor Spaans klinkt alsof het sneller en strakker wordt uitgesproken dan het Nederlands.

De klinkers die wij laten inzakken

De laatste verrader zit niet in de medeklinkers maar in de klinkers. In het Nederlands laten we onbeklemtoonde klinkers vaak vervagen tot een soort "uh"-klank. Zeg het woord "banaan" hardop: de eerste a wordt bijna een doffe uh. Dat doen we in bijna elk lang woord.

In het Spaans bestaat die vervaging niet. Elke klinker, beklemtoond of niet, blijft even helder. Teléfono heeft vier keer een volwaardige klinker, geen enkele wordt een uh. Als ik moe ben, hoor ik mezelf daar juist wel in wegzakken, en dat is precies het soort dingen waar je hardop op kunt oefenen zonder gesprekspartner: gewoon een woord tien keer herhalen en luisteren of alle klinkers even scherp blijven.

Wat deze vijf punten gemeen hebben: geen enkele vraagt om een compleet nieuwe klank die je nog nooit gemaakt hebt. Het gaat steeds om een klank die je al kent, maar net iets anders inzetten dan je Nederlandse reflex je influistert. Dat maakt het ook makkelijker te oefenen dan bijvoorbeeld de rollende r, waar je wel echt een nieuwe beweging voor moet aanleren.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: ABNER LOBO via Pexels | Foto: Anastasia Shuraeva via Pexels