Spaans leren

De tijd zeggen in het Spaans: ¿qué hora es?

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
De tijd zeggen in het Spaans: ¿qué hora es?

Ik woonde hier nog maar een paar maanden toen ik bij de bakker naar de tijd vroeg en geen snars van het antwoord begreep. Ik had wel geleerd hoe je het moest vragen, maar niet hoe je het antwoord moest ontcijferen als het razendsnel kwam. ¿Qué hora es? klinkt simpel, totdat iemand las tres menos veinte terugzegt en jij alleen tres oppikt en denkt dat het drie uur is. Terwijl het twintig voor drie was.

Dat is meteen de kern van dit onderwerp. De tijd zeggen in het Spaans is geen kwestie van moeilijke woorden, het zijn er maar een stuk of tien die steeds terugkomen. Het probleem is de constructie: Spanjaarden draaien de tijd soms om op een manier die in het Nederlands niet bestaat.

Hoe laat is het: es of son

Eerst het basisrecept. Voor één uur gebruik je es, voor alle andere tijden gebruik je son. Dat komt doordat je eigenlijk zegt "het is het ene uur" of "het zijn de zoveel uren".

Es la una. Het is één uur.

Son las dos. Het is twee uur.

Son las ocho. Het is acht uur.

Let op het lidwoord: la una, maar las dos, las tres, las cuatro. Dat las verwijst terug naar horas, dat je nooit hardop zegt maar dat er onzichtbaar wel staat.

Kwartieren en halve uren

Voor een kwartier over gebruik je y cuarto, voor half uur y media. Dat is het makkelijke deel.

Son las cinco y cuarto. Het is kwart over vijf.

Es la una y media. Het is half twee.

Son las diez y veinte. Het is tien over tien.

Hier zit al een eerste verschil met het Nederlands. Wij zeggen "half twee" en bedoelen de helft van het tweede uur. Spanjaarden zeggen la una y media, letterlijk "één uur en half", en bedoelen de helft na het eerste uur. Reken dus niet automatisch: hoor je media, tel dan niets op of af, het hele uur staat er al.

Het lastige stuk: menos

Na het half uur draait het Spaans de boel om. In plaats van op te tellen naar het volgende uur, trekken Spanjaarden af van het volgende uur met menos, wat "min" betekent.

Son las tres menos veinte. Het is twintig voor drie.

Son las ocho menos cuarto. Het is kwart voor acht.

Son las doce menos diez. Het is tien voor twaalf.

Dit is precies waar ik destijds op vastliep. Je hoort het hoge getal, in dit geval tres, en je brein springt meteen naar "drie uur". Maar menos verandert alles: het uur dat genoemd wordt is het uur waar je naartoe telt, niet het uur waar je nu in zit. Las tres menos veinte is dus niet bijna drie uur geweest, het moet nog twintig minuten komen.

Een vuistregel die mij hielp: hoor je menos, denk dan "er moet nog iets gebeuren voor dat uur begint". Dan kom je vanzelf op de juiste richting.

Horloge op een houten tafel naast een kopje koffie

Hoe laat is het precies: de tussenliggende minuten

Voor minuten die niet precies op een kwartier of half uur vallen, plak je het minutengetal er gewoon achteraan met y of menos.

Son las cuatro y veinticinco. Het is vijf voor half vijf, oftewel vier uur vijfentwintig.

Son las nueve menos cinco. Het is vijf voor negen.

In spreektaal hoor je ook vaak gewoon de digitale versie, vooral bij jongere mensen of in officiële aankondigingen: las nueve y treinta y cinco. Makkelijker te verstaan, maar minder natuurlijk in een alledaags gesprek op het terras.

Ochtend, middag of avond

Zonder context weet je bij son las cinco niet of het vijf uur 's ochtends of 's middags is. Spanjaarden lossen dat op met een toevoeging.

Son las cinco de la mañana. Het is vijf uur 's ochtends.

Son las cinco de la tarde. Het is vijf uur 's middags.

Son las diez de la noche. Het is tien uur 's avonds.

Let op waar de grenzen liggen, want die liggen anders dan bij ons. La tarde loopt door tot een uur of acht, negen 's avonds, zeker in de zomer als het nog licht is. Pas daarna begint voor veel Spanjaarden la noche. Vraag je iemand om acht uur af of je nog langskomt esta tarde, dan is dat volkomen normaal.

De 24-uursklok

Op officiële plekken, zoals treinstations, bioscoopposters of de krant, zie je vaak het 24-uurssysteem. Dat werkt precies zoals je gewend bent, met horas erachter.

El tren sale a las dieciocho horas. De trein vertrekt om achttien uur.

La reunión es a las veinte horas. De vergadering is om twintig uur.

In spreektaal gebruikt bijna niemand dit systeem. Je buurman zegt niet a las veinte, hij zegt a las ocho de la tarde. Voor geschreven aankondigingen is de 24-uursklok wel de norm, dus het is handig om hem te herkennen, ook al gebruik je hem zelf nooit in een gesprek.

Een afspraak maken

Om een tijdstip te vragen of te bevestigen, zijn er een paar vaste zinnen die ik dagelijks gebruik.

¿A qué hora quedamos? Hoe laat spreken we af?

Quedamos a las siete y media. We spreken af om half acht.

Llego sobre las cuatro. Ik kom rond vier uur aan.

Dat sobre is handig om te onthouden. Het betekent hier "rond" en geeft net wat speling, iets wat in Spanje vaker van pas komt dan een exacte tijd. Wie uit Nederland of België komt en gewend is op de minuut af te spreken, mag deze zin rustig vaker gaan gebruiken dan hij denkt nodig te hebben.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Husam Wafaei via Pexels | Foto: Jess Bailey Designs via Pexels