Spaans leren

Spaanse getallen verstaan: prijzen, telefoonnummers en jaren

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
Spaanse getallen verstaan: prijzen, telefoonnummers en jaren

Ik kan in het Spaans tot in de miljoenen tellen. Vraag me op een blaadje papier om quinientos setenta y tres (vijfhonderddrieënzeventig) op te schrijven en ik doe het zonder nadenken. Maar zet me bij de kassa van de supermercado en zeg de caissière het bedrag in een halve seconde, en ik sta er met een leeg hoofd bij te wachten tot ze het nog een keer zegt. Getallen kennen en getallen verstaan zijn twee heel verschillende vaardigheden. Dit artikel gaat over het tweede.

Waarom getallen zo lastig te verstaan zijn

Het probleem zit niet in de getallen zelf, het zit in de snelheid en in wat er omheen gebeurt. Spanjaarden zeggen prijzen niet als losse cijfers, ze praten in brokken. Son veintitrés con cuarenta (dat is drieëntwintig met veertig) klinkt als één woord als je het niet gewend bent. En terwijl je dat probeert te ontcijferen, is de caissière al bezig met het volgende product.

Daar komt bij dat wij in het Nederlands gewend zijn om bij grote getallen de tientallen eerst te horen: tweeëntwintig, niet twee-en-twintig in omgekeerde volgorde zoals het Spaans dat soms wel doet bij bepaalde constructies. Je brein moet dus niet alleen het woord herkennen, het moet ook nog even schakelen naar de juiste volgorde. Bij een getal dat je langzaam hoort lukt dat. Op spreeksnelheid gaat het mis.

Prijzen: de kassa als oefenterrein

De kassa is eigenlijk een gratis luistertraining die je dagelijks krijgt aangeboden. Een paar vaste patronen helpen enorm. Hele euro's met centen worden bijna altijd verbonden met con: catorce con noventa (veertien met negentig), niet catorce euros y noventa céntimos zoals je misschien zou verwachten. Spanjaarden verkorten dat gewoon.

Bij ronde bedragen hoor je vaak justo erachteraan: son diez euros justos (dat is precies tien euro). Dat kleine woordje is een signaal dat er geen wisselgeld hoeft te worden uitgerekend, en dat helpt je om snel te snappen wat er van je verwacht wordt.

Let ook op het verschil tussen doscientos (tweehonderd) en dos cientos, wat niet bestaat maar wel is wat je brein er soms van maakt als je te langzaam meeluistert. Het is één woord, met de klemtoon op cien. Hetzelfde geldt voor quinientos (vijfhonderd) en novecientos (negenhonderd), die niet logisch zijn opgebouwd uit cinco en nueve zoals je zou verwachten, en dus apart geleerd moeten worden.

Telefoonnummers: twee aan twee

Kassa met euromunten en briefgeld in een Spaanse supermarkt

Spanjaarden lezen telefoonnummers bijna nooit cijfer voor cijfer voor. Ze groeperen ze per twee. Een nummer als 612 345 678 wordt dan seiscientos doce, trescientos cuarenta y cinco, seiscientos setenta y ocho (zeshonderdtwaalf, driehonderdvijfenveertig, zeshonderdachtenzeventig). Dat is voor ons ongewend, want wij zeggen eerder "zes een twee, drie vier vijf" in losse cijfers.

Dat betekent dat je niet op losse getallen moet wachten, maar op blokken van drie cijfers die als één getal worden uitgesproken. Vraag gerust om het nummer in losse cijfers als het te snel gaat: ¿me lo puede decir número por número? (kunt u het cijfer voor cijfer zeggen?). Niemand vindt dat raar, en het scheelt je een hoop onzekerheid achteraf bij het intoetsen.

Jaartallen: geen duizend-negenhonderd

In het Nederlands zeggen we jaartallen in twee stukken: negentien zevenentachtig. In het Spaans gebeurt dat niet. Een jaartal wordt als één volledig getal uitgesproken: 1987 is mil novecientos ochenta y siete (duizend negenhonderd zevenentachtig), helemaal uitgeschreven, geen afkorting.

Dat went, maar in het begin duurt het net iets te lang voor je hersenen om het getal compleet te maken, en dan heb je het laatste stukje gemist. Het helpt om te onthouden dat vrijwel elk jaartal van de laatste eeuwen begint met mil (duizend), gevolgd door de honderdtallen, en dat je dus op dat eerste woord al kunt anticiperen op wat komt.

Voor het huidige jaar geldt hetzelfde principe: dos mil veintiséis (tweeduizend zesentwintig), niet veinte veintiséis zoals in het Engels soms gebeurt met "twenty twenty-six". Die neiging om het Engelse patroon te kopiëren is een valkuil waar ik zelf nog weleens intrap.

Oefenen zonder dat het saai wordt

Het makkelijkste oefenmateriaal ligt overal voor het grijpen. Prijskaartjes in de supermarkt hardop voorlezen voordat je bij de kassa staat, is een goede gewoonte. Het nieuws is ook geschikt, want daar hoor je prijzen, jaartallen en percentages in een natuurlijk tempo voorbijkomen. Wie dat structureel wil oefenen kan terecht bij Spaans leren met nieuws lezen, waar precies dit soort echt taalgebruik centraal staat.

Verstaan op snelheid komt met blootstelling, niet met het nog een keer doornemen van de telwoorden in een boek. Ga naar de markt, luister naar het bedrag voordat je naar het schermpje kijkt, en reken zelf uit of je gelijk had. Dat is vervelend in het begin en voelt als voortdurend net te laat zijn. Na een paar maanden merk je dat de caissière niet sneller is gaan praten, maar dat jij haar eindelijk bijhoudt.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Ricardo Rossi via Pexels | Foto: Kampus Production via Pexels