1 op de 4 euro die je aan de pomp betaalt in Spanje, gaat naar belasting. Accijns plus btw, vaste kosten die er altijd al bovenop komen, ongeacht wat olie op de wereldmarkt doet. Maar de rest van die prijs beweegt wel mee. En dat voel je op meer plekken dan alleen het tankstation.
Hoe werkt de olieprijs eigenlijk
Olie wordt wereldwijd verhandeld in dollars. Dat klinkt abstract, maar het heeft een concreet gevolg: als de euro verzwakt ten opzichte van de dollar, betaalt Europa automatisch meer voor hetzelfde vat olie, ook als de olieprijs zelf niet verandert.
Daarnaast bepaalt de OPEC, een samenwerkingsverband van grote olieproducerende landen zoals Saudi-Arabië en de Emiraten, hoeveel olie er geproduceerd wordt. Minder productie betekent hogere prijzen. Dat is een politieke beslissing, gemaakt door landen aan de andere kant van de wereld, die je vervolgens terugziet aan de pomp in Torrevieja of Málaga.
En dan zijn er nog geopolitieke schokken. Conflicten in het Midden-Oosten, sancties tegen Rusland, spanningen in de Perzische Golf: ze veroorzaken onzekerheid op de markt, en onzekerheid drijft prijzen omhoog.
Wat je aan de pomp betaalt in Spanje
In Spanje lig je qua benzineprijzen ergens in het middenveld van Europa. Je betaalt meer dan in Luxemburg of Polen, maar minder dan in Nederland of België. Dat komt deels door lagere accijns.
De benzineprijs in Spanje bestaat grofweg uit drie lagen:
- De ruwe olieprijs plus raffinagekosten - Accijns (een vast bedrag per liter, ongeacht de olieprijs) - Btw van 21 procent over het totaal
Als de olieprijs stijgt, wordt die 21 procent btw berekend over een hogere grondslag. Dat betekent dat de overheid in absolute euros meer ontvangt, terwijl jij ook meer betaalt. Een stijging van 10 cent per liter klinkt klein, maar wie 50 liter tankt, betaalt 5 euro meer per beurt. Doe dat twee keer per maand en je verliest 120 euro per jaar, puur aan de gestegen brandstofprijs.
Van de pomp naar de supermarkt
Het stopt niet bij benzine. Vrijwel alles wat in een supermarkt ligt, is op een moment in een vrachtwagen vervoerd. Transportkosten zitten verwerkt in de prijs van groenten, vlees, zuivel en vrijwel alles wat niet lokaal geproduceerd is.
Als brandstof duurder wordt, stijgen die transportkosten. Producenten en supermarkten verwerken dat in hun prijzen, niet altijd direct, maar wel structureel. Je ziet het als diffuse prijsstijging in het schap, niet als één grote sprong.
Voor Nederlanders en Belgen in Spanje die al gewend zijn aan de Spaanse levensduurte, is dit extra relevant. De koopkracht van je inkomen, je pensioen of je spaargeld wordt niet alleen beïnvloed door inflatie in Nederland, maar ook door wat hier in Spanje gebeurt met prijzen.
Je energierekening
Spanje heeft een energiemarkt die sterk gekoppeld is aan de gasprijs, en gas hangt weer deels samen met olieprijzen en met de geopolitieke situatie. Dat merk je op je elektriciteitsrekening als je op het reguliere PVPC-tarief zit, een variabel tarief dat dagelijks fluctueert op basis van de groothandelsprijs.
Wie een vast contract heeft afgesloten met zijn energieleverancier, is tijdelijk beschermd tegen schommelingen. Maar bij elke contractverlenging wordt de nieuwe prijs opnieuw vastgesteld op basis van de dan geldende marktprijzen.
Gas zelf, als je dat gebruikt voor verwarming of koken, volgt ook de internationale markt. In periodes van hoge olie- en gasprijzen kan je maandelijkse rekening aanzienlijk oplopen, zeker in de winter en in streken waar centrale verwarming normaal is, zoals Madrid, het binnenland of Baskenland.
Wat kun je er concreet aan doen
Je kunt de olieprijs niet beïnvloeden, maar je kunt wel slimmer omgaan met de gevolgen.
Voor benzine: tankstations van supermarktketens zoals Mercadona, Carrefour of Alcampo zijn structureel goedkoper dan merkstations langs de snelweg. Het verschil kan oplopen tot 10 tot 15 cent per liter. Over een jaar tanken loopt dat snel op tot een paar honderd euro.
Voor energie: als je op een variabel tarief zit en je wil meer zekerheid, vergelijk dan vaste contracten bij leveranciers zoals Iberdrola, Endesa of de goedkopere alternatieven zoals Holaluz of Repsol Luz. Let wel op de looptijd en eventuele boetes bij vroegtijdig opzeggen.
Voor boodschappen: weinig te sturen, maar het helpt om te weten dat prijsverhogingen bij basisproducten doorgaans vertraging hebben. Wat nu duurder wordt aan energie, zie je pas over een paar maanden terug in de supermarkt.
En als je spaargeld in euro's aanhoudt: een zwakkere euro ten opzichte van de dollar maakt niet alleen olie duurder, maar ook veel andere geïmporteerde producten. Dat is iets om in de gaten te houden als je inkomsten in een andere munt ontvangt, of als je vermogen in verschillende valuta's zit.
Voor wie dit het meest speelt
Niet iedereen in Spanje merkt dit even sterk. In grote steden met goed openbaar vervoer, zoals Madrid of Barcelona, kun je prima zonder auto. Maar wie in een landelijk gebied woont, aan de costa of in een dorp zonder busverbinding, is meer afhankelijk van de auto en voelt elke prijsbeweging direct.
Gepensioneerden met een vaste AOW of pensioenuitkering merken prijsstijgingen sterker dan mensen met een inkomen dat meestijgt met inflatie. Hun koopkracht wordt uitgehold als prijzen sneller stijgen dan hun uitkering wordt geïndexeerd.
Zelfstandigen en ondernemers die rijden voor hun werk, leveringen doen of klanten bezoeken, kunnen hogere brandstofkosten deels als zakelijke kosten opgeven in hun IRPF-aangifte of btw-aangifte. Dat verlaagt de netto last, maar vraagt wel om goede administratie.