Op het terras hoorde ik laatst iemand zeggen: este vino es más bueno que el otro, deze wijn is beter dan de andere. Ik dacht: dat klinkt logisch, maar is het wel goed Spaans? Het antwoord is nee. Het moet este vino es mejor que el otro zijn. En dat was het moment waarop ik besefte dat ik vergelijkingen in het Spaans eigenlijk nooit goed had geleerd. Ik improviseerde maar wat, en soms klopte het toevallig.
Vergelijken is iets wat je de hele dag doet, ook zonder erbij na te denken. De buurman is ouder dan ik. Deze straat is drukker dan die andere. Mijn Spaans is minder goed dan mijn Engels. Al die zinnen hebben in het Spaans een vaste structuur, en die structuur is eigenlijk niet moeilijk. Het probleem is dat je een paar uitzonderingen uit je hoofd moet leren, en dat die uitzonderingen nou net de woorden zijn die je het vaakst gebruikt.
Meer en minder: más que en menos que
Voor "meer dan" gebruik je más que, voor "minder dan" gebruik je menos que. De structuur is: zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord, dan más of menos, dan que, dan waarmee je vergelijkt.
Mi pueblo es más tranquilo que la ciudad. Mijn dorp is rustiger dan de stad.
Este mes ha llovido menos que el mes pasado. Deze maand heeft het minder geregend dan vorige maand.
Tengo más trabajo que tú. Ik heb meer werk dan jij.
El pan de esta panadería es menos caro que el del supermercado. Het brood van deze bakkerij is minder duur dan dat van de supermarkt.
Let op: als je met een getal vergelijkt, gebruik je geen que maar de. Hay más de veinte personas en la sala. Er zijn meer dan twintig mensen in de zaal. Dat is een klassieke valkuil, want in bijna alle andere gevallen is het wel que.
Even veel: tan en tanto
Voor "even ... als" gebruik je tan voor bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden, gevolgd door como.
Este bar es tan bueno como el de la plaza. Deze bar is even goed als die aan het plein.
Ella habla español tan bien como su hermano. Zij spreekt even goed Spaans als haar broer.
Gaat het om een hoeveelheid, dus om een zelfstandig naamwoord, dan gebruik je tanto in plaats van tan, en die verandert mee met wat je telt. Tanto voor mannelijk enkelvoud, tanta voor vrouwelijk enkelvoud, tantos en tantas voor meervoud.
No tengo tanto dinero como pensaba. Ik heb niet zoveel geld als ik dacht.

Hay tantas tiendas aquí como en la ciudad grande. Er zijn hier evenveel winkels als in de grote stad.
Dit is meteen de reden waarom tan como als losse combinatie eigenlijk niet bestaat. Tan hoort bij eigenschappen, tanto/tanta/tantos/tantas bij aantallen. Ik heb dat zelf lang door elkaar gehaald, omdat het in mijn hoofd allebei gewoon "even veel als" betekende.
De onregelmatige vergelijkingen
En dan de uitzonderingen waar ik het eerder over had. Een paar bijvoeglijke naamwoorden hebben geen vorm met más, maar een eigen woord.
Bueno wordt mejor (beter), niet más bueno.
Malo wordt peor (slechter), niet más malo.
Grande wordt vaak mayor (ouder, of groter in de zin van belangrijker), al hoor je más grande ook veel, vooral als het echt om fysieke afmeting gaat.
Pequeño wordt vaak menor, maar ook hier is más pequeño heel gewoon in de spreektaal.
Een voorbeeld: Mi hermano es mayor que yo. Mijn broer is ouder dan ik. Hier gebruik je nooit más viejo que yo voor leeftijd binnen de familie, dat klinkt vreemd. Voor spullen of gebouwen gebruik je wel gewoon viejo: Esta casa es más vieja que la mía. Dit huis is ouder dan het mijne.
Bij de bakker zei iemand ooit tegen mij este pan está más bueno, en toen ik dat later opzocht bleek dat helemaal niet zo fout te zijn als ik dacht. Más bueno wordt in de spreektaal soms gebruikt als je het niet over kwaliteit in het algemeen hebt, maar over smaak op dat moment. Dat is een nuance die je pas oppikt als je heel veel Spaans om je heen hoort, en die ik zelf nog steeds niet feilloos toepas.
De overtreffende trap erbij
Zodra je más que en menos que kent, is de overtreffende trap een kleine stap. Je zet er gewoon een lidwoord voor.
Es el restaurante más caro del pueblo. Het is het duurste restaurant van het dorp.
Esta es la calle menos ruidosa de la zona. Dit is de minst lawaaiige straat van de buurt.
Merk op dat je hier de gebruikt waar wij "van" zeggen, niet en zoals je misschien zou verwachten. Dat is weer zo'n verschil met het Nederlands dat je gewoon moet inslijpen door het vaak te horen en te zeggen, net als bij por en para, waar de juiste keuze ook vooral een kwestie van gewenning wordt.
Wat mij persoonlijk het meest heeft geholpen, is niet de regel zelf, maar het hardop herhalen van zinnetjes met mejor en peor tot ze automatisch gingen. Grammaticaregels lezen is één ding, ze zonder nadenken uitspreken aan de kassa van de supermarkt is iets heel anders.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Federico Arnaboldi via Pexels | Foto: Omīd Photos via Pexels