Spaans leren

Kilo's, gramos en euro's: rekenen op de Spaanse markt

· Redactie Nieuws uit Spanje · ← Terug naar blog
Kilo's, gramos en euro's: rekenen op de Spaanse markt

Op de markt bij mij in het dorp sta ik nog steeds soms te knikken naar dingen die ik niet helemaal versta. Niet omdat ik de woorden voor groente niet ken, maar omdat de hoeveelheid en de prijs in een tempo langskomen waar ik niet op voorbereid ben. Son dos con cuarenta wordt uitgesproken alsof het één woord is, en dan sta je daar met je portemonnee open en je hoofd leeg.

Dat is precies waarom dit stuk niet over woordjes gaat die je toch al kent, zoals tomate (tomaat) of pan (brood). Het gaat over de combinatie van getal, hoeveelheid en geld, want daar wringt het meestal.

Hoe je vraagt om een hoeveelheid

De standaardzin op de markt is simpel: Póngame gevolgd door de hoeveelheid en het product. Póngame medio kilo de tomates (Geef me een halve kilo tomaten). Dat werkwoord poner klinkt in het Nederlandse oor als "zetten", maar op de markt betekent het gewoon "doe mij maar". Je hoort ook vaak Me pone... met precies dezelfde betekenis: Me pone un kilo de naranjas (Doe mij een kilo sinaasappels).

Hoeveelheden bij groente en fruit gaan meestal in kilo's en halve kilo's, maar bij de bakker en de kaasboer werk je vaak met gram. Let op het woord ervoor: cien gramos de jamón (honderd gram ham), doscientos gramos de queso (tweehonderd gram kaas). Bij ronde getallen boven honderd hoor je het woordje de vaak wegvallen in spreektaal, maar geschreven en netjes uitgesproken hoort het er wel bij.

Een paar vaste hoeveelheden die je overal terugkomt:

un cuarto (een kwart, dus 250 gram)

medio kilo (een halve kilo)

una docena (een dozijn, bij eieren bijvoorbeeld)

un puñado (een handje, bij bijvoorbeeld noten of kruiden, niet exact maar heel gewoon in de winkel)

Bij de bakker vraag je niet om gram brood, maar om stuks of om een woord dat de vorm aangeeft: una barra de pan (een stokbrood), dos barras (twee stokbroden), una hogaza (een groot rond brood).

Toonbank van een Spaanse bakker met broden en gebak

Cijfers die anders klinken dan je verwacht

Prijzen in Spanje worden uitgesproken met de komma als con, niet als "komma" zoals bij ons. Tres euros con veinte is drie euro twintig. Je hoort ook vaak de kortere versie zonder euros: gewoon tres con veinte, want de context maakt al duidelijk dat het over geld gaat.

Bij bedragen onder de euro hoor je meestal gewoon het aantal centen: noventa céntimos (negentig cent), son sesenta (dat is zestig, met céntimos weggelaten omdat het vanzelf spreekt).

Waar het vaak misgaat is bij het onderscheid tussen cien en ciento. Precies honderd is cien, maar honderdenwat is ciento: cien euros (honderd euro), maar ciento veinte euros (honderdtwintig euro). Bij de marktkoopman hoor je dat verschil zelden bewust, maar als je het zelf verkeerd zegt, valt het wel op.

Ook lastig: quinientos (vijfhonderd) en quince (vijftien) liggen qua klank dichter bij elkaar dan je zou denken als je nog niet gewend bent aan het ritme van het Spaans. Op de markt met veel omgevingsgeluid is dat een van de momenten waarop ik gewoon vraag: ¿Cuánto es, perdona? (Hoeveel is het, sorry?). Niemand vindt dat gek, iedereen vraagt dat wel eens.

Hardop het bedrag laten herhalen

De handigste zin die ik in jaren heb geleerd is niet ingewikkeld: ¿Cuánto le debo? (Hoeveel ben ik u schuldig?). Daarna herhaalt de verkoper vrijwel altijd het bedrag, en dat is je kans om het echt te verstaan, in plaats van te gokken op het getal op de weegschaal, dat je vanaf jouw kant van de toonbank meestal niet goed kunt lezen.

Bij het afrekenen met briefgeld hoor je soms ¿Tiene suelto? (Heeft u kleingeld?). Dat is geen verwijt, het is puur praktisch, want in veel dorpswinkels is de kassa aan het einde van de ochtend leeg aan muntgeld.

Voor jezelf werkt het goed om, net als bij het hardop oefenen zonder gesprekspartner, thuis alvast bedragen hardop te zeggen. Pak een kassabonnetje van de supermarkt en lees de prijzen luid voor: cuatro con noventa y cinco, once con treinta. Het went sneller dan je denkt, en op de markt zelf heb je dan geen ruimte meer nodig om eerst in je hoofd te vertalen.

Wanneer hoeveelheden ongeveer zijn

Iets wat me aanvankelijk verwarde: als je un poco de vraagt, geeft de verkoper je gewoon een schepje, geen exact gewicht. Un poco de perejil (een beetje peterselie) krijg je er bij veel marktkramen zelfs gratis bij, zonder dat er iets wordt afgewogen.

Vraag je daarentegen om een concreet gewicht, dan wordt er wel gewogen, en hoor je vaak een korte aanvulling erna: ¿Así está bien? (Is dit goed zo?), waarbij de verkoper net iets meer of minder op de schaal heeft gelegd dan gevraagd en checkt of dat voor jou oké is. Het antwoord is bijna altijd sí, está bien (ja, dat is goed), want niemand op de markt maakt daar een punt van, ook de vaste klanten niet.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Александр Лич via Pexels | Foto: zeynep via Pexels