Spaans leren

Hoeveel Spaanse woorden per dag moet je leren?

· Door Henry van Es · ← Terug naar blog
Hoeveel Spaanse woorden per dag moet je leren?

Hoeveel Spaanse woorden per dag moet je leren?

Vijf woorden per dag. Tien woorden per dag. Of misschien gewoon zoveel als je kunt, elke dag opnieuw. Als je begint met Spaans leren, kom je overal andere getallen tegen. En uiteindelijk ga je je afvragen welk getal voor jou geldt.

Ik heb dat ook gehad. En het antwoord dat ik zelf ben tegengekomen is minder spannend dan ik hoopte, maar een stuk nuttiger.

Eén woord kennen is niet genoeg

Het probleem met 'woorden per dag' is al het woord 'kennen'. Wat betekent dat precies? Een woord echt kennen betekent dat je het herkent als je het hoort, dat je het begrijpt als je het leest, én dat je het zelf gebruikt als je praat of schrijft.

Die drie dingen zijn heel verschillend. Reconocer (herkennen) gaat veel sneller dan produceren (zelf gebruiken). Je kunt een woord tien keer gezien hebben en het toch niet kunnen ophoesten als de bakker je iets vraagt.

Als iemand zegt dat hij twintig woorden per dag leert, bedoelt hij bijna altijd: twintig woorden herkend op een kaartje. Dat is een begin, niet het eindpunt.

Wat onderzoek zegt, en wat ik er zelf van merk

Er is redelijk wat bekend over hoe het geheugen werkt bij het leren van nieuwe woorden. Niet als garantie, maar als richting: een woord moet je meerdere keren tegenkomen voordat het echt vastklikt. Sommige bronnen noemen tien tot twintig herhalingen, verspreid over tijd.

Dat merk ik zelf ook. Aguacate (avocado) kende ik al na één keer, want ik zag het elke week in de supermarkt. Madrugada (de vroege ochtend, tussen middernacht en zonsopgang) moest ik tientallen keren horen voor het bleef hangen.

Het gaat niet alleen om hoe vaak je een woord ziet, maar ook om hoe je het tegenkomt. Een woord in een gesprek met je buren blijft beter hangen dan hetzelfde woord op een lijstje. Dat is geen motivatiepraatje, dat is gewoon hoe geheugen werkt.

Persoon die woordkaartjes bestudeert aan een tafel met een kop koffie.

Vijf woorden per dag is meer dan het klinkt

Vijf nieuwe woorden per dag klinkt bijna te weinig. Maar vijf woorden per dag is 1.825 woorden per jaar. Met 2.000 tot 3.000 woorden kom je in het Spaans al een heel eind. Je begrijpt dan de meeste alledaagse gesprekken en je kunt jezelf redden bij de dokter, in de winkel, op het gemeentehuis.

Me llamo... (Ik heet...) ¿Cuánto cuesta? (Hoeveel kost het?) No entiendo, ¿puede repetir? (Ik begrijp het niet, kunt u het herhalen?)

Dat soort zinnen zit vol woorden die je echt gebruikt. Vijf per dag, goed geleerd, is meer waard dan vijftien per dag die je na een week vergeten bent.

Het verschil tussen actief en passief

Er zijn twee soorten woordenschat: woorden die je begrijpt als je ze hoort of leest (passief), en woorden die je zelf gebruikt (actief). Je passieve woordenschat is altijd groter dan je actieve.

In het begin is dat normaal. Ik begrijp in mijn dorp veel meer dan ik zeg. Ik hoor de todas formas (hoe dan ook) en begrijp het meteen, maar zelf gebruik ik het nog weinig.

Als je woorden leert, is het slim om je af te vragen: wil ik dit woord alleen begrijpen, of wil ik het ook zelf gebruiken? Voor actieve woorden moet je ze oefenen in zinnen, niet alleen op een lijstje. Estoy harto (ik ben het zat) leer je pas echt als je het ook een keer gezegd hebt.

Regelmaat wint van hoeveelheid

Drie woorden per dag, elke dag, slaat meer in dan twintig woorden op een zondagmiddag. Het geheugen werkt beter met korte, regelmatige sessies dan met grote blokken af en toe. Dat heeft te maken met hoe herinneringen zich vormen: ze hebben tijd nodig tussen de herhalingen.

Dit is ook de reden dat spaced repetition zo goed werkt: je herhaalt een woord net voordat je het zou vergeten, niet eerder en niet later.

Kort en vaak is dus het antwoord op de vraag hoeveel woorden per dag realistisch is. Niet een getal, maar een gewoonte. Vijf woorden die je morgen nog weet, zijn meer waard dan vijftig die je morgenochtend kwijt bent.


Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.

Headerfoto: Nothing Ahead via Pexels | Foto: Leeloo The First via Pexels

Henry van Es Woont in La Drova (Valencia), Spanje. Schrijft over wat er verandert voor Nederlanders en Belgen hier — van belasting en zorg tot wonen en verblijfsrecht. Lees meer over de auteur →