Het begon voor mij bij de bakker. Ik wilde vragen of er nog brood was en zei zonder nadenken "Es pan?" De bakker keek me vriendelijk aan en herhaalde: "¿Hay pan?" Ja. Dat was het goede woord. Maar waarom?
Hay, está en es worden alle drie weleens vertaald als 'er is' of 'het is', en dat is precies het probleem. In het Nederlands doen we het met twee woorden. In het Spaans zijn het er drie, en ze zijn niet uitwisselbaar.
Hay: er bestaat iets, er is iets aanwezig
Hay is het makkelijkste van de drie om te begrijpen zodra je weet wat het doet: het zegt dat iets bestaat of ergens aanwezig is, zonder te zeggen waar precies of om welk specifiek ding het gaat.
Hay pan. (Er is brood.)
Hay una farmacia cerca. (Er is een apotheek in de buurt.)
No hay aparcamiento. (Er is geen parkeerplaats.)
Hay werkt voor zowel enkelvoud als meervoud, en dat is handig: het verandert nooit. Hay un problema. (Er is een probleem.) Hay muchos problemas. (Er zijn veel problemen.) Zelfde woord.
Gebruik hay als je het hebt over iets wat je nog niet hebt vastgelegd. Een bakker, een parkeerplaats, een feest. Niet dít bepaalde brood, maar brood in het algemeen. Niet díe ene dokter, maar een dokter.
Está: dit specifieke ding is op deze plek
Está is de derde persoon enkelvoud van estar, en dat werkwoord kennen de meeste mensen al een beetje. Ser of estar legde ik eerder al uit: estar gaat over situaties, plekken, toestanden. Dus ook over waar iets zich bevindt.
El pan está en la cocina. (Het brood staat in de keuken.)
La farmacia está en la calle Mayor. (De apotheek is in de Calle Mayor.)
¿Dónde está el mercado? (Waar is de markt?)
Het verschil met hay zit in het woordje het of de. Zodra je het over een bepaald, aangewezen ding hebt, gebruik je está. Niet 'een apotheek', maar 'de apotheek'. Niet 'een markt', maar 'de markt'. Zodra je een bepaald lidwoord gebruikt, is de kans groot dat je está nodig hebt.
Voor meervoud is het están: Los niños están en el jardín. (De kinderen zijn in de tuin.)
Es: het is iets, het is zo
Dan es, de derde persoon enkelvoud van ser. Dit gebruik je niet voor locaties, maar voor wat iets is of hoe iets in wezen is.
Es una farmacia. (Het is een apotheek.) Je wijst ergens op en legt uit wat het is.
Es pan de pueblo. (Het is boerenbrood / brood van het dorp.)
Es tarde. (Het is laat.)
Es lunes. (Het is maandag.)

In het dagelijks leven hoor je es voortdurend voor definities, voor het benoemen van dingen, voor tijd en datum. Bij de buren op het terras: "¿Qué es eso?" (Wat is dat?) En het antwoord: "Es una higuera." (Het is een vijgenboom.)
Drie zinnen naast elkaar
Het helpt om dezelfde situatie in drie varianten te zien:
Hay una panadería. (Er is een bakkerij. Ik weet niet welke of waar precies.)
La panadería está en la plaza. (De bakkerij is op het plein. Ik heb het over die bepaalde bakkerij.)
Es una panadería muy buena. (Het is een hele goede bakkerij. Ik leg uit wat het is of hoe het is.)
Drie zinnen, drie woorden, drie heel verschillende dingen.
De valkuil met 'er is'
In het Nederlands zeggen we 'er is' voor bijna alles, en dat trekt ons automatisch naar hay. Maar in het Spaans werkt dat niet. "Er is een probleem met de auto" is "Hay un problema con el coche" als het een onbekend, vaag probleem is. Maar "Het probleem is in de motor" is "El problema está en el motor", want je hebt het nu over het specifieke probleem en zijn locatie.
Een fout die ik zelf nog steeds af en toe maak: "Hay en la plaza" zeggen als ik bedoel "Está en la plaza." Hay heeft geen locatie nodig en klinkt raar als je die er toch bij zet. Hay geeft aan dát iets er is. Está zegt waar.
Hay in verleden en toekomst
Nog één ding dat handig is om te weten: hay heeft ook andere tijden.
Había mucha gente. (Er waren veel mensen.) Verleden tijd, onvoltooid.
Hubo un accidente. (Er was een ongeluk.) Verleden tijd, voltooid. Dit hoorde ik een keer op de radio na een incident op de weg bij mij in het dorp.
Habrá tormenta. (Er zal een storm zijn.) Toekomst.
Het zijn allemaal vormen van hetzelfde werkwoord haber, en ze werken allemaal hetzelfde als hay: ze zeggen dat iets bestaat of plaatsvindt, zonder een specifiek aangewezen ding te beschrijven.
Een ezelsbruggetje
Als ik twijfel, stel ik mezelf één vraag: heb ik het over iets vaags of iets bepaalds?
Vaag, algemeen, onbekend: hay.
Bepaald, aangewezen, op een plek: está.
Uitleg geven over wat iets is: es.
Dat is niet de volledige grammatica, maar het dekt wel negentig procent van de gevallen die je dagelijks tegenkomt.
Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar Spaans. Ik woon in Spanje en leer de taal zelf, elke ochtend opnieuw. Deze serie bestaat omdat alle informatie over Spaans leren versnipperd over het internet ligt. Hier zet ik het per klein onderwerp op een rij, zoals ik het zelf had willen vinden.
Headerfoto: Javey Du via Pexels | Foto: Antonio Lorenzana Bermejo via Pexels